Maart 2019: Psychische gezondheid in de tijd van de Brontë zusjes – Deel 2: “Jane Eyre en psychische gezondheid”

Maart 2019

Psychische gezondheid in de tijd van de Brontë zusjes

Deel 2: “Jane Eyre en psychische gezondheid”

<<<<<Degenen die nog niet bekend zijn met het boek of een verfilming van Jane Eyre worden gewaarschuwd betreffende het lezen van het vervolgartikel, omdat dit delen van het verhaal verraadt.>>>>>

1826: “Modern Domestic Medicine”

“Modern Domestic Medicine” was een populair medisch handboek (waar uiteindelijk elf edities van zijn verschenen!), geschreven door de Engelse arts Thomas J Graham en gepubliceerd in 1826. Het boek was toegankelijk en gaf de ‘moderne’ familie veel informatie, ingedeeld van A-Z, over kwalen en ziekten zoals kiespijn en tuberculose. Het was geschreven in simpele taal en ingedeeld in “oorzaken”, “ziekteverschijnselen” en “behandeling”. Een exemplaar uit 1826 was in het bezit van de familie Brontë. Het boek is intensief gebruikt en in het bezit van het Brontë Parsonage Museum in Haworth, Engeland. Patrick Brontë, de vader van Charlotte, Emily en Anne, heeft op het schutblad opmerkingen geschreven. Verdere opmerkingen onthullen de ziektes die de familie troffen zoals “nachtmerries” en “staar”.

Modern Domestic Medicine” was een veelgebruikt boek door de familie Brontë. © British Library.

Critici denken dat Charlotte Brontë het boek “Modern Domestic Medicine” van Graham gebruikt heeft om ziekteverschijnselen voor haar werk Jane Eyre uit te gebruiken. De verschijnselen die Graham omschrijft bij ‘insanity’ gebruikt Charlotte ook voor de beschrijving van Bertha Mason: ‘eyes, protruding and wild’, ‘rapid and successive change of features’, ‘absence of sleep’, ‘incessant talking, singing, shouting’, ‘obscene language and gestures’. Graham concludeert dat “insanity”: ‘ultimately leads to acts of extreme violence’. In Jane Eyre leidt Bertha’s ziektebeeld inderdaad tot deze afloop als zij zelfmoord pleegt en Thornfield Hall in vlammen opgaat.

 

1835: “A Treatise on Insanity and Other Disorders Affecting the Mind”

De Engelse arts en etnoloog James Cowles Prichard schreef in 1835 de medische tekst “A Treatise on Insanity and Other Disorders Affecting the Mind” waarin mentale aandoeningen en zenuwstoringen beschreven worden, gebaseerd op individuele ziektegevallen. Prichard definieert het begrip moral insanity, dat in het begin van de 19de eeuw veel invloed had, als een verstoring in de emoties en het gedrag terwijl het intellect intact blijft. “Moral insanity” kon bij alle verschillende sociale klassen en rangen in de maatschappij voorkomen.

Aangenomen wordt dat Charlotte Brontë bekend was met het werk van Prichard. In een brief aan William Smith Williams van de uitgeverij van haar boeken schreef ze:

“I agree on them [retrospective comments given to Brontë] that the character [of Bertha] is shocking, but I know that it is but too natural. There is a phase of insanity which may be called moral madness.”

Charlotte impliceert dat Bertha aan het begin van haar relatie met Mr. Rochester leed aan “moral madness”: Aan de buitenkant kwam ze normaal over, maar ondertussen leefde ze met zondes. Een ander persoon in Jane Eyre bij wie er sprake was van morele vervorming is John Reed, de neef van Jane die afkomstig is van de hogere sociale klasse. Als kind is hij een pestkop en is hij wreed tegen anderen en dieren, als volwassene bestaat zijn leven uit gokken en dronkenschap.

 

Bertha Mason

Voordat we weten over het bestaan van Bertha Mason zijn we ons bewust van haar dreigende aanwezigheid: Een nagalm in het holst van de nacht, “demoniac” en “strange”, ze zet Mr. Rochester’s bed in vlammen, ze valt haar broer aan, “She sucked the blood: she said she would drain my heart”, en scheurt Janes sluier op de avond voor haar bruiloft. Als we kennismaken met Bertha Mason wordt er Gotische beeldspraak gebruikt zoals een “goblin” en een “vampire”. Ook wordt zij omschreven in taal die haar verlaagt en ontmenselijkt: een “clothed hyena”, een “tigress”, een “figure”, “some strange wild animal”, een “demon”, “the maniac”, “that purple face”, “the lunatic” en wordt ze omschreven met “het”. Als Jane voor het eerst Bertha ziet:

“In a room without a window there burnt a fire, guarded by a high and strong fender, and a lamp suspended from the ceiling by a chain. Grace Pool bent over the fire, apparently cooking something in a saucepan. In the deep shade, at the further end of the room, a figure ran backwards and forwards. What it was, whether beast or human being, one could not, at first sight, tell: it grovelled, seemingly, on all fours; it snatched and growled like some strange wild animal: but it was covered with clothing; and a quantity of dark, grizzled hair, wild as a mane, hid its head and face.”

Bertha Mason: “Taking the candle, it retreated to the door.” © The British Library.

In deel 1 van het artikel over “Psychische gezondheid in de tijd van de Brontë zusjes” beschreven we dat in The Westminster Review een verslag, dat in opdracht van Koningin Victoria gemaakt was en aan de Lord Kanselier en het Hogerhuis en Lagerhuis was opgedragen, gepubliceerd werd waarin het belang van verbetering in omstandigheden in de gestichten werd beschreven en ook dat er verbetering gaande was. Er werd verslag gedaan van het jaar 1844. Het  bleek dat de zorg voor mensen met een psychiatrische aandoening verdere ontwikkeling nodig had. Vooral ook omdat het aantal gestichten en aantal mensen in gestichten nog steeds toe nam: In het Lancaster Asylum waren 160 mensen opgenomen in 1816, terwijl dit 600 mensen waren in 1845. In het verslag wordt een bezoek uit 1842 aan een gesticht in West Auckland beschreven: “only one unglazed window” en “one woman was leg-locked by day and chained to her bed at night”. Deze laatstgenoemde omstandigheden zijn ook in Jane Eyre te lezen in bovenstaand fragment en als Grace Pool Bertha vastbindt.

 

Etniciteit van Bertha Mason

Bertha Mason is een Creool, de dochter van een blanke Europese kolonist op Jamaica in West-Indië, die “dark” haar en een ‘discoloured’ en ‘black’ gezicht heeft, maar haar precieze etniciteit blijft onduidelijk. Haar ouders en broer wilden dat ze met Mr. Rochester, die van een ‘good race’ was, trouwde. Zelfs als Bertha van Creoolse afkomst was met een blanke huid, zou ze als vreemd worden gezien. Veel Europese schrijvers in West-Indië in de 18de en 19de eeuw associeerden Creolen met de inheemse Caribische bevolking om op die manier hen te onderscheiden van de beschaafde Europeanen. Vooral Creoolse vrouwen werden omschreven als koppig, genotzuchtig en onbetrouwbaar. Precies zo wordt Bertha door Mr. Rochester omschreven.

Mr. Rochester is kort over Bertha’s verleden:

“Bertha Mason is mad… She came of a mad family; idiots and maniacs through three generations! Her mother, the Creole, was both a mad woman and a drunkard! – As I found out after I had wed the daughter: for they were silent on family secrets before. Bertha, like a dutiful child, copied her parent in both points… Oh! my experience has been heavenly, if you only knew it!”

Mr. Rochester noemt expliciet dat Bertha’s moeder de Creool is, en zowel een “krankzinnige” als een alcoholist is. Deze eigenschappen waren typische stereotypes voor Creolen.

 

Hysterie

De term ‘hysterie’ komt van het Griekse ‘hystera’ dat baarmoeder betekent: De ongemakken bij hysterie werden verklaard door de baarmoeder die zich door het lichaam van de vrouw verplaatste, ook wel de ‘wandelende baarmoeder’. Zo geloofde men in de Middeleeuwen dat bovennatuurlijke krachten waren geassocieerd met hysterie, in de Renaissance zag men het als een lichamelijke (in plaats van spirituele) aandoening. Tijdens De Verlichting (18de eeuw) werd het een aandoening van het zenuwstelsel, dat zich in de 19de eeuw voortzette met onder andere de Franse arts Charcot (zie deel 1 van het artikel) die naar een lichamelijke oorzaak (‘substraat’) zocht. Pas in de 20ste eeuw werd hysterie, mede door het werk van Sigmund Freud (1856-1939) die gestudeerd had bij Charcot en de psychoanalyse bedacht had, niet meer als een lichamelijke status gezien maar als een mentale status.

De hysterie, waar met het woord “passie” naar verwezen wordt in Jane Eyre, komt voort uit de sociale en emotionele isolatie, onrechtvaardigheid en gebrek aan warmte en genegenheid:

“The very thought of you makes me sick […] you treated me with miserable cruelty […] You think I have no feelings and that I can do without one bit of love or kindness; […] how you thrust me – roughly and violently thrust me back – into the red-room, and locked me up there […] though I cried out, while suffocating with distress …]” I cried out in a savage, high voice.

Jane wordt buitengesloten en zal nooit geliefd worden door de familie Reed. Bovendien drukt hetgeen gezegd wordt ook uit dat er een verschil in sociale klasse bestaat en dat er sprake is van snobisme.

Jane drukt zich weer “passievol” uit als ze er achter komt dat Mr. Rochester getrouwd is. Hetgeen ze zegt komt voort uit een gevoel van gebrek aan liefde, respect en affectie:

“‘I tell you I must go!’ I retorted, roused to something like passion.”

En de bekende uiting van Jane:

“Do you think I am an automaton? – a machine without feelings” […]

Jane Eyre by Charlotte Brontë. Caption reads: ‘You don’t hesitate to take a place at my side, do you ?’ (Mr Rochester and Jane Eyre). Charlotte Brontë, British novelist, 1816-1855. Illustrated by Edmund Henry Garrett. (Photo by Culture Club/Getty Images)

Wij vinden de uitingen die Jane doet in beide gevallen (tegen haar Aunt Reed en als zij zich uit tegen Mr. Rochester) tegenwoordig heel normaal en wellicht zelfs wat ‘understated’, maar in de Victoriaanse tijd moest je als vrouw je gedachten en gevoelens voor je houden. Je hoorde je aan te passen aan de man/de maatschappij en je te gedragen als een vrouw hoe het hoorde: Een vrouw die thuis was, voor de kinderen zorgde, huishoudelijke taken deed en handvaardigheden zoals naaien. In beide gevallen wordt Jane aangesproken op haar passie wat niet gebruikelijk was voor een kind (bij Aunt Reed) en als vrouw (bij Mr. Rochester). Zo zegt Mr. Rochester als Jane zegt dat ze hem moet verlaten:

“a wild frantic bird that is rendering its own plumage in its desperation”

[…]

“For a few minutes, while you smooth your hair- which is somewhat dishevelled; and bath your face – which looks feverish […] Of course: I told you you should. I pass over the madness about parting from me.”

 

De Victoriaanse vrouw: Symbolisch gevangenschap

In de psychoanalytische theorie is hysterie geassocieerd met de exclusie van vrouwen binnen de maatschappij die door mannen overheerst wordt. Dit was ook zo in de Victoriaanse tijd toen het patriarche systeem heerste waarbij de man het voor het zeggen had en de vrouw niet voor zichzelf mocht opkomen: Wat zij dacht, voelde en wilde. De Victoriaanse vrouw probeerde een balans te vinden tussen financiële onafhankelijkheid, vrijheid in geest, liefde en huwelijk. In voorgaande fragmenten uit Jane Eyre blijkt dat Jane in eerste instantie niet de Victoriaanse vrouw is die rustig en gehoorzaam is. Alhoewel Mr. Rochester haar probeert over te halen, ziet hij in dat moet instemmen met Janes beslissing:

 

“Consider that eye: consider the resolute, wild, free thing looking out of it, defying me, with more than courage-with a stern triumph. Whatever I do with its cage, I cannot get at it-the savage, beautiful creature!”

Wij zien dat Jane opkomt voor zichzelf (wat zou jij doen als de man van je dromen plots getrouwd blijkt te zijn?), maar in de Victoriaanse tijd was je eigen “independent will” uitspreken wellicht niet gepast, omdat je je hoorde aan te passen naar de man. Dit is misschien wel het meest sprekende punt dat Jane Eyre een meesterwerk is dat haar tijd, met het tekenen van feminisme, ver vooruit was. Uiteindelijk, als Jane terugkeert naar Mr. Rochester die ondertussen verlamd en blind is, is Jane wel de ideale Victoriaanse vrouw die haar man alle ondersteuning geeft die hij nodig heeft.

De eerste ontmoeting tussen Jane en Mr. Rochester: Hij heeft haar nodig ter ondersteuning om weer bij zijn paard te komen. Op het einde van het verhaal heeft Mr. Rochester Jane wederom nodig. Jane kan uiteindelijk worden gezien als de ideale Victoriaanse vrouw.

In onze ogen gedraagt Jane zich naar de norm en doet Bertha dat niet. Beide vrouwen konden in de Victoriaanse tijd worden aangekeken op hun gedrag: Beiden pasten zich niet aan naar de Victoriaanse maatschappij. Jane zet zich af tegen de patriarche maatschappij: Ze ziet zich zichzelf als gelijk met de man met dezelfde behoeftes. Een vrouw die zich niet gedroeg naar hoe een vrouw hoorde te zijn, kon gemakkelijk als ‘krankzinnig’ worden bestempeld in de jaren 1840.

Victoriaanse mannen vreesden dat vrouwen de patriarche macht en regels in disbalans konden brengen. Bertha’s fysieke sterkte en gewelddadige wilskracht zijn eigenschappen die niet geaccepteerd werden in een Victoriaanse vrouw en daarmee als “krankzinnig” werd gezien.

“The lunatic sprang and grappled his throat viciously, and laid her teeth to his cheek: they struggled. She was a big woman, in stature almost equalling her husband, and corpulent besides: she showed virile force in the contest – more than once she throttled him, athletic as she was.”

 

Victoriaanse vrouwen opgesloten voor hun gezonde verstand?

In Victoriaans Engeland was het gebruikelijk om rijke mensen met een mentale aandoening thuis of in een privé instituut te behandelen en werden gestichten gebruikt voor de lage en midden sociale klasse. Zoals eerder beschreven werd hysterie gezien als een rebellie waar artsen geen goedkeuring aan gaven. De Amerikaanse arts en zenuwspecialist Silas Weir Mitchell (1829–1914) bedacht de “rest-cure” voor vrouwen die leden aan zenuwzwakte: Ze moesten veel rust nemen en kregen veel vet voedsel.

In de 19de eeuw hadden mannen en dus ook mannelijke artsen (in 1847 werd pas voor het eerst een vrouwelijke arts toegelaten) het voor het zeggen. Zoals eerder besproken moesten Victoriaanse vrouwen onderdanig en volgzaam zijn en zich in alle opzichten goed gedragen naar mannen en ondergeschikt aan hen zijn. Vrouwen moesten plichtsgetrouw zijn, niet twisten met hun man, geen gelijke rechten eisen en niet voor hun vrijheid dingen. Als ze dat wel deden werden ze bestempeld als “krankzinnig”. De schrijfsters Sandra M. Gilbert en Susan Gubar, die het boek “Madwoman in the attic”, een studie over 19de-eeuwse vrouwelijke schrijfsters, in 1984 schreven, beweren dat labels die aan vrouwen werden gegeven betreffende hun mentale toestand een manier was voor mannen om verdere controle over hen uit te oefenen. Halverwege de 19de eeuw was het aantal vrouwen in gestichten veel talrijker dan het aantal mannen. Men was er van overtuigd dat vrouwen vatbaarder waren voor mentale aandoeningen en dat ze kwetsbaarder waren door het reproductieve systeem en fijne gevoeligheden.

Zodra een vrouw uit haar rol als vrouw stapte, werd ze dus behandeld als iemand met een mentale aandoening. Zo werd Elizabeth Parsons Ware Packard, die nu gezien wordt als een bekend women’s rights activist, in 1860 drie jaar opgesloten omdat ze de extreme theologie van haar man aan de tand voelde… In het werk dat ze schreef, vertelt ze dat opgesloten zijn tot waanzin drijft:

“Many female asylum suicides as due to constant harassment, loneliness and despair.”

“Kidnapping Mrs. Packard”, Modern Persecution, 1873. © www.disabilitymuseum.org

Hersilie Rouy werd vierentwintig jaar lang in een Frans gesticht opgenomen waarschijnlijk omdat haar halfbroer haar niet mocht. Toen ze probeerde te bewijzen dat haar geestelijke gezondheid in orde was, was één van de reacties van haar artsen:

“Your delusion is total and all the more dangerous and incurable in that you speak just like a person who is fully in possession of her reason.”

Ook Edith Lanchester werd tegen haar wil opgenomen in 1895 simpelweg omdat ze weigerde om te trouwen. Ze kreeg de diagnose “krankzinnig” vanwege haar “over-education”. In de 19de eeuw was namelijk de algemene gedachte dat vrouwen niet bedoeld waren om veel kennis tot zich te nemen. Kortom kon een vrouw gemakkelijk in een gesticht worden opgenomen als haar man of vader dat eiste, zelden was een bewijs van haar daadwerkelijke mentale instabiliteit noodzakelijk.

Vrouwen werden door de eerder beschreven “rest-cure” of meer algemeen door opgesloten te worden ontboden om activiteiten uit te voeren. Die passiviteit en de gemoedstoestand die daaruit voortvloeide, kon vrouwen daadwerkelijk tot “krankzinnigheid” brengen. De schrijfster Lisa Appignanesi concludeert:

“Men in power can literally drive women mad […]”

De eerder genoemde schrijfsters Gilbert en Gubar noemen de innerlijke worsteling van een vrouw, gaat de vrouw haar geest opofferen of haar sociale status?, “dis-ease“: Van iemand die telkens met negativiteit in aanmerking komt en wie beperkingen opgelegd wordt, kan niet worden verwacht dat ze gezond is.

 

Currer, Ellis and Acton Bell

Van vrouwen werden dus andere rollen verwacht dan van mannen. Critici waren genadeloos als het om geschreven werk door vrouwen ging: Vrouwelijke schrijfsters waren in de eerste plaats vrouw en in de tweede plaats schrijver. Een vrouwelijke schrijfster zette heel wat op het spel: Ze kon geminacht worden, worden aangezien als iemand die een schending maakte of kon verstoten worden uit de maatschappij die haar bepaald gedrag oplegde. Toen Charlotte Brontë de Engelse dichter Robert Southey advies vroeg omtrent  haar wens om schrijfster te worden en hem gedichten stuurde in de hoop daarop feedback te krijgen, schreef hij haar in maart 1837:

“Literature cannot be the business of a woman’s life, and it ought not to be. The more she is engaged in her proper duties, the less leisure she will have for it, even as an accomplishment and a recreation.”

Robert Southey, 1820, geschilderd door Edward Nash. © National Portrait Gallery.

Charlotte schreef met zelfverzekerdheid terug om zichzelf te verdedigen. Ze voorzag de kritiek van de maatschappij, mede door de reactie van Southey, toen ze samen met haar zusjes hun werk wilde laten publiceren. Charlotte besloot om te schrijven onder mannelijke pseudoniemen: Currer voor Charlotte, Ellis voor Emily en Acton voor Anne, Bell als achternaam voor Brontë. De ideale Victoriaanse vrouw bezat geen boosheid, passie of sterke emoties. Daarom werd gedacht dat een vrouw zich niet op het schrijven kon leggen, omdat ze niet volledig voelde of leefde: Ze mocht niet schrijven over emoties of over haar lichaam. Engeland was geobsedeerd door de identiteit van Currer Bell. Reviewers twijfelden nooit aan het geslacht van de schrijver. In Jane Eyre zat zoveel passie dat het wel door een man geschreven moest zijn… (en wat zaten ze er naast!):

“This forthright tale of attempted bigamy and an unmarried woman’s passion could have been written only by a man.”

Bronnen:

  • Modern Domestic Medicine annotated by the Brontës. British Library via www.bl.uk/collection-items/modern-domestic-medicine-annotated-by-the-brontes
  • Medical text about madness. British Library via www.bl.uk/collection-items/medical-text-about-madness
  • The figure of Bertha Mason. British Library via www.bl.uk/romantics-and-victorians/articles/the-figure-of-bertha-mason
  • Bertha Mason’s Madness in a Contemporary Context. 2003. Brown University via www.victorianweb.org/authors/bronte/cbronte/iwama8.html
  • Women and Madness in the 19th Century – The effects of oppression on women’s mental health. Rakel Sigurðardóttir, E. via www.skemman.is/bitstream/1946/16449/1/BA-ElisabetRakelSigurdar.pdf
  • The effects of oppression on women’s mental health • Illness in the Brontë Sisters’ Novels: Alcoholism, Madness, and Civilization. 2013. Boghian, I. Sino-US English Teaching, Vol. 10, No. 8, 638-649 via www.researchgate.net/publication/260419599_Illness_in_the_Bronte_Sisters’_Novels_Alcoholism_Madness_and_Civilization
  • The Brontës. Brian Wilks. 1974. London: Hamlyn Publishing Group Limited.
  • Charlotte Brontë A Life. 2015. Claire Harman. Londen: Viking Penguin.