Nieuwsbrief

In de nieuwsbrief verschijnt naast Brontë nieuws als nieuwe activiteiten of lezingen, ook elke twee maanden een artikel, gerelateerd aan de Brontë zusjes en hun werken, geschreven door de hoofdredacteuren van de website of gastredacteuren.

U kunt op deze pagina alle nieuwsbrieven bekijken door in het menu aan de rechterkant een nieuwsbrief te selecteren om te lezen.


Februari 2019

Psychische gezondheid in de tijd van de Brontë zusjes

Deel 1: Het denken over de hersenen, het ontstaan van de neurologie en psychiatrie, de overvolle gestichten en de eerste verbeteringen in de barbaarse gestichten.

De hersenen zijn al vanaf vroeger een mysterie. Medische kennis over de structuren in het hoofd en hun functie liep achter op de minder inerte organen zoals het hart. Vierduizend jaar geleden werd geprobeerd om psychische stoornissen te behandelen middels boorgaten in de schedel… De kennis over en de behandeling van psychische stoornissen heeft zich inmiddels gelukkig flink ontwikkeld.

In dit artikel wordt eerst ingegaan op het ontstaan van de neurologie en de psychiatrie waarna wordt ingegaan op de vaak barbaarse omstandigheden in gestichten. Het tijdbeeld van hoe er gedacht werd over mentale aandoeningen en de omstandigheden in Victoriaans Engeland zijn belangrijk om te begrijpen over hoe Charlotte Brontë psychische gezondheid in haar meesterwerk Jane Eyre verwerkt heeft. Deel 2 van het artikel, dat in maart 2019 zal verschijnen, gaat in op “Jane Eyre en psychische gezondheid” waarin karakters uit het boek besproken worden in de context van het Victoriaanse Engeland uit die tijd.

Een korte geschiedenis van de wetenschap over de hersenen

Neurologische stoornissen en psychische aandoeningen werden door de oude Grieken toegekend aan een onevenwichtigheid van de vier lichaamssappen. Het idee van de sappen “bloed”, “gele gal”, “zwarte gal” en “slijm” was ontwikkeld door Hippocrates (460-370 v.Chr.). Zo werd bijvoorbeeld gedacht dat een teveel aan zwarte gal neerslachtigheid (tegenwoordig wordt de term “melancholie” gebruikt voor neerslachtige stemmingen dat zwartgalligheid betekent), introversie en depressies veroorzaakte. Het geloof in de vier lichaamssappen hield meer dan twee millennia stand en was pas halverwege de 19de eeuw verdwenen. Ook dacht men dat stoornissen en aandoeningen van het hoofd veroorzaakt werden door kwade geesten of een straf van God waren.

De vier temperamenten: Slijm (linksboven): Mensen met veel slijm in het lichaam zijn kalm en weinig emotioneel. Gele gal (rechtsboven): Mensen met te veel gele gal zijn gemakkelijk geïrriteerd en snel kwaad. Bloed (linksonder): Mensen met een overheersende hoeveelheid bloed zijn vurig en energiek. Zwarte gal (rechtsonder): Een te veel aan zwarte gal kan neerslachtigheid, introversie en depressie geven. © www.historiek.net/van-melancholie-naar-depressie

In de 4de eeuw voor Christus beweerde Aristoteles dat het hart het centrum was van emotie en intelligentie. De Griekse/Romeinse arts Claudius Galen (130-210 n.Chr.), de meest bekende arts van het Romeinse Rijk en wiens theorieën zo’n 1500 jaar standhielden in de Europese geneeskunde, associeerde de hersenen met “dierlijke geesten” en “psychische vermogens” zoals verstand, denken, waarnemen en geheugen. In de 14de eeuw was er een opleving van de anatomie (kennis van bouw en samenstelling van het lichaam) waarna de Vlaamse arts Andreas Vesalius in 1543 de hersenvliezen, holtes aan de binnenkant, zenuwen en bloedvaten afbeeldde waarbij die holtes voor bepaalde functies stonden: Aan de voorzijde fantasie, in het midden het verstand en aan de achterzijde het geheugen (nu weten we dat die holtes de hersenventrikels zijn waarin zich het hersenvocht bevindt en welke geen bijdrage leveren aan mentale processen!).

“Cerebri Anatome”

De Engelse arts Thomas Willis (1621-1675) publiceerde in 1664 “Cerebri Anatome” waarin de anatomie van de hersenen en zenuwen afgebeeld werd. Met zijn werk bracht hij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke disciplines van de anatomie, neurologie en psychiatrie. Hij beschreef voor het eerst een vaatkring van slagaders die (zo weten we nu naast andere bloedvaten) de hersenen van bloed voorzien welke naar hem is vernoemd (“de cirkel van Willis”). Willis introduceerde de term “neurologie” voor het bestuderen van zenuwen. Zijn werk “Cerebri Anatome” wordt gezien als de hoeksteen van de samenkomst tussen kliniek (werken met mensen die ziekteverschijnselen hebben) en anatomie van het zenuwstelsel, en was hét werk dat de overgang vormde in het denken over hersenfunctie tussen de Middeleeuwse en moderne tijd.

De Engelse arts Thomas Willis heeft veel betekend voor het begrip van de anatomie van de hersenen. © Journal of Anatomy.
Cerebri Anatome, het uitmuntende werk van Thomas Willis dat in 1664 gepubliceerd werd, vormde de hoeksteen van de geschiedenis van de neurologie. © Journal of Anatomy.

Het ontstaan van de moderne neurologie

De anatomie en pathologie (de veranderingen van vormen en functies van het zieke organisme) namen in de 18de eeuw een toevlucht mede namens de microscoop (die weliswaar al in de jaren 1590 ontdekt was) en histologie (microscopische anatomie van de weefsels) waarbij methoden gebruikt werden om bijvoorbeeld weefsels aan te kleuren. Deze vooruitgangen in anatomie, pathologie en microscopie zorgden ervoor dat de Franse arts Jean-Martin Charcot (1825-1893) de “neurologie” tot een groot discipline in de geneeskunde kon brengen: Hij koppelde bevindingen na de dood (waarbij hij anatomie, pathologie en microscopie gebruikte) aan ziekteverschijnselen bij mensen om op die manier neurologische stoornissen zoals epilepsie, amyotrofe laterale sclerose en multiple sclerose te omschrijven.

De Franse arts Charcot wordt wel gezien als de vader van de moderne neurologie. © Clinical Medicine & Research.

Het ontstaan van de psychiatrie

Lange tijd zijn de neurologie en psychiatrie verweven geweest. In Nederland bestond tot 1982 het specialisme “Zenuw- en Zielkunde” ofwel de “zenuwarts”; tegenwoordig zijn het twee specialismes: Neurologie en Psychiatrie. De Franse arts Charcot (zie boven), die wij als neuroloog zouden beschouwen, was een innovatieve leraar: Onder het toeziend oog van zijn studenten bracht hij patiënten onder hypnose! Charcot zocht gedurende zijn leven naar het “anatomisch substraat” van “hysterie” wat hij onder “het “neurologisch lijden” schaarde. Vlak voor zijn dood moest de neuroloog constateren dat hij op het verkeerde spoor zat en dat het om een psychiatrische aandoening ging.

Charcot bracht patiënten die aan hysterie leden tijdens zijn colleges onder hypnose. © Medicine.

“Insanity” (krankzinnigheid) was een veelbesproken onderwerp in het Engeland van de 18de en 19de eeuw toen koning George III “vlagen van krankzinnigheid” van 1788 tot aan zijn dood in 1820 had. Vlak hierna gaf de Engelse arts Alexander Morison, die ook inspecteur van gestichten in Surrey was, colleges in mentale aandoeningen. Dit waren de eerste formele colleges in psychiatrie.

Een andere belangrijke persoon in het erkennen van mentale aandoeningen, de hervorming van het denken daarover door de maatschappij en de behandeling van aandoeningen zijn Philippe Pinel, Jean-Baptiste Pussin en zijn vrouw Marguerite, en John Conolly. Zie hieronder bij “De eerste verbeteringen in de gestichten”.

Gestichten in de 19de eeuw

Aangezien psychische aandoeningen toegeschreven werden aan een onevenwichtigheid in de vier lichaamssappen (zie boven), door kwade geesten veroorzaakt werden of dat iemand door de duivel bezeten was, vreesde men deze mensen en werden zij geïsoleerd. Dokters geloofden dat deze aandoeningen ongeneeslijk waren. Vanaf 1400 werden mensen met een geestesziekte (een groot deel van deze mensen zouden wij nu scharen onder mensen met een verstandelijke beperking) opgesloten in “asylums” (gestichten) en vervolgens aan hun lot overgelaten, misbruikt en gemarteld. Zo werd er ernstig letsel toegedaan zoals aan de armen of benen opgehangen worden om de kwade geesten te laten verdwijnen of werden mensen rondgeslingerd om “de zenuwen tot rust te brengen”. Of mensen werden vastgeketend met kettingen of moesten een dwangbuis (een op de rug sluitend jack met lange mouwen waarmee onrustige psychiatrische patiënten in hun bewegingen belemmerd worden) aandoen.

Detail van de “The Madhouse”, 1835, gravure door Heinrich Merz naar het schilderij van Wilhelm von Kaulbach. Barbaarse omstandigheden in de gestichten in onder andere de 19de eeuw. © Medicine.

In 1774 stelde de“Lunacy Act” vast dat medische beoordelingen van twee onafhankelijke artsen moesten plaatsvinden voordat iemand in een gesticht kon worden opgenomen. Ook stelde deze wet dat het gesticht geregistreerd moest staan en jaarlijks gecontroleerd moest worden. Tevens moest er een register zijn van alle mensen die in het gesticht opgenomen waren. Alhoewel de wet vooruitgang bracht, werden nog steeds gezonde mensen opgenomen. Eenmaal in een gesticht kwam je er niet meer uit: Patiënten konden niet vechten om uit het gesticht te komen, omdat alle contacten met mensen buiten het gesticht verbroken werden; voor rechterlijk ambtenaren was het ook vrijwel niet mogelijk om iemand uit het gesticht te bevrijden.

De eerste verbeteringen in de gestichten

In de 18de eeuw, de eeuw van De Verlichting (waarin onder andere de wetenschap een grote sprong nam en de werking van de hersenen en het zenuwstelsel meer opgehelderd was) kwam er pas verandering in de barbaarse omstandigheden in gestichten. De Franse arts Philippe Pinel (1745-1826) en ziekenhuisbestuurder Jean-Baptiste Pussin (1746-1811) met zijn vrouw Marguerite zorgden er in 1793 voor dat de omstandigheden werden verbeterd: Kettingen waarmee mensen vastzaten werden verwijderd, leefomstandigheden in de gestichten werden verbeterd en gevangenen werden weer mensen en waren geen criminelen. Met andere woorden werden mensen meer moreel goed behandeld: “Moral treatment“. Pinel werd in 1795 aangesteld als hoofd van de artsen in het Parijse ziekenhuis Hôpital de la Salpêtrière (hetzelfde ziekenhuis waar Charcot (zie boven) enkele tientallen jaren later werkte) waar hij tot zijn dood in 1826 in deze functie bleef. Hij wordt beschouwd als de vader van de moderne psychiatrie.

“Freeing the Insane”, geschilderd door Tony Robert-Fleury, 1876. Pinel kijkt toe als de kettingen van een jonge, mooie vrouw in het Parijse gesticht verwijderd worden.  Het zou zelfs een romantisch schilderij kunnen zijn, was het niet voor de mentaal zieke patiënten op de achtergrond. © Wikipedia.

Naar aanleiding van het werk van Pinel en Pussin vonden in andere landen soortgelijke veranderingen plaats in de kijk op en het omgaan met mensen met psychiatrische aandoeningen. Alhoewel er verbeteringen kwamen, nam het aantal gestichten in onder andere Europa nog steeds toe. In Engeland kwamen meerdere wetten zoals de “Madhouse Amendment Act” in 1833 of de “Poor Law” in 1834, maar die brachten niet allemaal evenveel verbetering in de maatschappij met zich mee.

1845: The Westminster Review

In 1845 werd in The Westminster Review een verslag van de Metropolitan Commissioners in Lunacy gepubliceerd, die dit in opdracht van Koningin Victoria gemaakt hadden en welke aan de Lord Kanselier en het Hogerhuis en Lagerhuis werd opgedragen, over de behandeling van mensen met een mentale aandoening in de Engelse gestichten. Alhoewel er nog steeds veel gebreken waren, werden er verbeteringen gerapporteerd betreffende de accommodatie en de behandelingen. Ook werd beschreven dat de Engelse maatschappij zich meer rationeel en welwillend begon op te stellen tegenover mensen met mentale aandoeningen. In het verslag staat verder dat de oudere gestichten niet meer geschikt zijn voor de patiënten uit die tijd, aangezien de faciliteiten in een gesticht voorheen gericht waren op gevangenschap in plaats van op genezing, meer voor de bescherming van de maatschappij dan voor de behandeling van de patiënt. Dat de ambtenaren echt te doen hadden met de omgeving die het gesticht had op de patiënt blijkt uit hun volhardigheid dat nieuwe gestichten “avoid everything which might give to the patient the impression he is in prison”.

De Engelse arts John Conolly (1794-1866), een psychiater met prestige, schrijft in 1847 in The Westminster Review:

“… that insanity, as the name imports, is simply a state of unsound physical health – a state of functional disease – in the great majority of cases capable of cure, under appropriate treatment; capable also, under injudicious treatment, of being rendered permanent and incurable.”

Met verbeterde omstandigheden en kennis hoopten de Metropolitan Commissioners dat dit steun, vrijheid en geluk zou brengen voor de vele mensen met een mentale aandoening die in slechtere omstandigheden leefden dan de slaven. Toch zou het nog velen jaren duren voordat er daadwerkelijk verbetering kwam in de zorg voor mensen met een mentale aandoening en een einde aan de overvolle gestichten…

Bronnen:

  • Medicine – The definitive illustrated history. 2016. London: DK Londen / Penguin Random House.
  • www.bbc.co.uk/history/historic_figures/galen.shtml
  • Thomas Willis, a pioneer in translational research in anatomy (on the 350th anniversary of Cerebri anatome). 2015. Journal of Anatomy, 226, blz. 289-300.
  • Jean-Martin Charcot: The Father of Neurology. 2011. Clinical Medicine & Research, Volume 9, Number 1, blz. 46-49.
  • Hysterie volgens Charcot; opkomst en verdwijning van de ‘zenuwaandoening van de eeuw’. 2010. Tijdschrift voor Psychiatrie, 52, 12, blz. 813-823.
  • 19th Century Mental Health. 2014. NHS via www.ashfordstpeters.nhs.uk/19th-century-mental-health
  • Bertha Mason’s Madness in a Contemporary Context. 2003. Brown University via www.victorianweb.org/authors/bronte/cbronte/iwama8.html
  • Women and Madness in the 19th Century – The effects of oppression on women’s mental health. Rakel Sigurðardóttir, E. via www.skemman.is/bitstream/1946/16449/1/BA-ElisabetRakelSigurdar.pdf
  • Report on the treatment of mental illness in 1844. British Library via www.bl.uk/collection-items/report-on-the-treatment-of-mental-illness-in-1844