Nieuwsbrief

Elke twee maanden verschijnt een artikel, gerelateerd aan de Brontë zusjes en hun werken, geschreven door de hoofdredacteuren van de website of gastredacteuren.

U kunt op deze pagina alle nieuwsbrieven bekijken door in het menu aan de rechterkant een nieuwsbrief te selecteren om te lezen.


De laatste nieuwsbrief:

Nieuwsbrief April/Mei 2018:
Lichamelijke gezondheid in de tijd van de Brontë zusjes

De 19de eeuw was de eeuw van de Industriële Revolutie en van de vooruitgang, ook in de geneeskunde. De medische geschiedenis zal in chronologische volgorde in dit artikel worden besproken: Van de eerste stethoscoop en anatomie tot cholera en de ontdekking dat ziekteverwekkers als bacteriën aan infectieziekten ten grondslag liggen. Daarna zal worden ingegaan op tuberculose en rabiës, ziekten die in de tijd van de Brontë zusjes veelvuldig voorkwamen, de eerst genoemde was zelfs de doodsoorzaak van Branwell, Emily, Anne en vermoedelijk ook Charlotte. Vervolgens zal worden ingegaan op Haworth, de plaats waar de Brontë zusjes het langst hebben gewoond, wat één van de ongezondste plaatsen in Engeland was. Tenslotte zal zwangerschap in de 19de eeuw, de eerste vrouwelijke dokters en de opkomst van de moderne anesthesie besproken worden.

1816: De eerste stethoscoop

De stethoscoop is het symbool van de dokter: Het instrument werd in 1816, het geboortejaar van Charlotte, uitgevonden en wordt tegenwoordig, zij het in iets andere uitstraling, nog steeds gebruikt. De Franse arts René Laënnec (1781-1826) vond het niet gepast om zijn oor vlak langs het lichaam van een vrouw te houden om haar te onderzoeken. Hij bedacht daar wat op: Een rolletje papier versterkte het geluid van hart en longen. Hij schreef hier over:

“I was surprised and gratified to hear the beating of the heart.”

 Robert Laënnec. © Wikipedia UK.
Stethoscooponderdeel bedacht door Laënnec. © Medicine.

1867, één van de eerste stethoscopen in gebruik. © Medicine.

René Laënnec was een kundig houtwerker en vervaardigde een houten, holle buis met aan de ene kant een uitsparing (waar het oor tegenaan gehouden werd) en aan de andere kant een trechtervormige vorm (dit deel werd tegen het lichaam van de patiënt aangehouden). Hij noemde het instrument een stéthoscope (stethoscoop) naar de Griekse woorden stēthos (“borst”) en skopein (“ik zie”). Met de stethoscoop konden ziekten als bronchitis, tuberculose en longontsteking vastgesteld worden. Laënnec’s ontdekking werd zijn eigen vijand, aangezien zijn neef Mériadec Laënnec, die ook dokter was, met de stethoscoop in 1826 bij René ontdekte dat hij tuberculose had. Rond 1870 verschenen de eerste stethoscopen waarbij dokters met twee oren konden luisteren die wij tegenwoordig kennen.

Anatomie leren rond 1828

In 1543 verscheen het boek De Humani Corporis Fabrica met meer dan 600 tekeningen van de Vlaam Andreas Vesalius. De ontleedde lichamen van mensen na hun dood was de bron voor de gedetailleerde en nauwkeurige tekeningen. Zo’n tweehonderd jaar later was het ontleden van lichamen nog steeds de basis om de anatomie te leren voor medische studenten. Alhoewel de Murder Act in 1752 ervoor zorgde dat criminelen na hun executie ontleed mochten worden voor dit doel, was er sterk te kort aan lichamen voor de medische scholen. Om toch aan voldoende aanbod te komen, richtten chirurgen zich tot “resurrection men” (lijkenrovers): Mannen die pas begraven mensen weer opgroeven om vervolgens te verkopen. Afhankelijk van wie er opgegraven werd, betaalde de chirurg een bedrag (van 2 tot 20 guineas (het laatste was twintig keer het weeksalaris van een chirurg uit die tijd) voor de gewone lijken tot 500 pond voor lijken van bekende mensen). Tussen 1809 en 1810 zijn 349 lijken op die manier aan de chirurgen aangeboden.

The Reward of Cruelty (1751): Een man die werd opgehangen wegens moord die voor het publiek ontleed werd. © Medicine.

Aangezien er zo’n vraag voor lijken was, gingen sommige lijkenrovers zelfs verder: Zij groeven geen lijken op, maar vermoordden mensen om de lijken vervolgens te verkopen. Eén van zulke mensen, William Burke, werd in 1829 opgehangen wegens deze handeling en zijn lichaam werd de dag daarna voor het publiek ontleed. Naast mensen zoals William Burke werden rond die tijd ook dokters vervolgd, omdat zij lijken aannamen van de lijkenrovers. Het was tijd voor legale anatomie wetenschap en ontleding. In 1832 werd de Anatomy Act aangenomen waarmee er snel een einde kwam aan de lijkenrovers: Medische scholen kregen legaal toegang tot lijken die afkomstig waren van werkhuizen, ziekenhuizen en gevangenissen.

Gray’s Anatomy

De Engelse anatoom Henry Gray gaf in 1853 colleges in St George’s Hospital Medical School in Londen. Hij wilde een compact, geïllustreerd anatomieboek voor studenten maken dat goedkoop maar accuraat was. Henry Vandyke Carter, die medicijnen studeerde op St George’s, maakte de illustraties. Gray en Carter ontleedde de lichamen van zieken die geen familie of vrienden hadden en beschreven en tekenden hun bevindingen. In 1858 verscheen de eerste editie van het boek, Anatomy: Descriptive and Surgical, dat 750 pagina’s met meer dan 360 illustraties bevatte. De naam van de tweede editie (toen Gray al overleden was) heette Gray’s Anatomy. Tegenwoordig behoort Gray’s Anatomy nog steeds tot het standaardwerk in het anatomie-onderwijs van medici. De 41ste editie van het boek verscheen in 2015.

Gray’s Anatomy (1858). © Medicine.

Miasma theorie, cholera en John Snow

Vanuit de oudheid werd tot in de 19de eeuw aan de Miasma theorie vastgehouden: De gedachte dat ziekten zoals tuberculose en cholera (‘braakloop’, een infectieziekte veroorzaakt door de bacterie Vibrio cholerae die zorgt voor hevige diarree, braken en door uitdroging vaak de dood) veroorzaakt werden door “vieze lucht” (zoals afkomstig van rotting, schimmels, vies water en uitwerpselen). Cholera, afkomstig van het Griekse woord khole dat “ziekte van de gal” betekent, werd gezien als een ziekte die veroorzaakt werd door een overmatige productie van gal. In het jaar 1817, het geboortejaar van Branwell, brak de eerst beschreven cholera epidemie uit. Aangezien cholera heel besmettelijk is en er vele levens door zijn verloren, was het in de 19de eeuw onderwerp van discussie en onderzoek.

Cholera, waarbij de gedachte was dat dit door vieze lucht kwam, veroorzaakte meer doden dan de wonden waaraan soldaten overleden. © Medicine.

De Engelse dokter John Snow (1813-1858) opperde dat de ziekte niet veroorzaakt werd door “vieze lucht” (wat de Miasma theorie aanhield), maar veroorzaakt werd door “vies water”. Aangezien de eerste symptomen van cholera braken en diarree zijn, vermoedde John Snow dat het een probleem met de spijsvertering was en waarschijnlijk werd overgedragen door het eten of drinken van besmet materiaal. Toen in 1854 de cholera in Broad Street in Soho, Londen, uitbrak analyseerde hij deze op een epidemiologische manier: Hij bezocht huizen, bevraagde bewoners en ging de plattegronden van wateraanvoer en riolering na. Hij kwam erachter dat rondom de publieke waterpomp in Broad Street de meeste cholera gevallen voorkwamen. Het viel hem op dat met het verwijderen van de hendel van de waterpomp ook de cholera ophield met verspreiden. In 1855 publiceerde hij een geüpdate versie van zijn werk “On the Mode of Communication of Cholera”. Ondanks zijn bevinding hield niemand zijn theorie aan: Het geloof in de Miasma theorie was sterk, schone wateraanvoer en hygiënische riolering kostten veel geld, en een andere theorie (dat cholera veroorzaakt werd door een schimmel in drinkwater) stak de kop op.

John Snow. © Wikipedia UK.

De besmette waterpomp in Broad Street. © Medicine.

Rond 1850 onderzocht de Italiaanse microscopist Filippo Pacini de darmen van overleden mensen. Hij isoleerde een kommagevormde bacterie die hij Vibrio noemde. Zijn werk werd pas bekend in 1965. In 1883 onderzocht de Duitse dokter Robert Koch de darmen van mensen die cholera hadden opgelopen. Hij slaagde erin om de bacterie in een kweekmedium te laten groeien. In 1965 werd de bacterie officieel Vibrio cholerae genoemd. Hiermee was deze bacterie als ziekteverwekker voor cholera vastgesteld en zag men in dat besmet water (waar Vibrio cholerae goed in gedijt) de oorzaak van de ziekte was. In de jaren 1870 en door het werk van Robert Koch werd de Miasma theorie dus overboord gezet en zag men in dat infectieziekten door micro-organismen veroorzaakt werden. Met het bewijs dat cholera veroorzaakt werd door een ziekteverwekker in water werd ook eindelijk aan John Snow zijn verdiende roem in de medische geschiedenis vastgelegd.

In 1858 gaf het Britse parlement drie miljoen pond om te zorgen voor nieuwe riolering in Londen. Toen de werkzaamheden in 1870 voltooid waren, kwam eindelijk een einde aan de cholera epidemieën van de veertig jaar daarvoor.

Germ Theory

In de 19de eeuw werd steeds meer duidelijk dat er een ziekteverwekker aan infectieziekten ten grondslag lag: O.a. Ignaz Semmelweis in 1847 met zijn “cadaverous particles” als veroorzaker voor kraamvrouwenkoorts en John Snow in 1854 die een pathogeen verantwoordelijk hield bij de verspreiding van cholera. Toch duurde het even voordat de “germ theory” (waarbij overdraagbare, levende deeltjes verantwoordelijk worden geacht voor menselijke ziektes) gerespecteerd werd en de jarenlang heersende Miamsa theorie verworpen werd.

Louis Pasteur (1822-1895)

De Franse scheikundige en microbioloog Louis Pasteur heeft een grote bijdrage geleverd aan de gezondheid van mensen en dieren. Zo ontdekte hij in 1864 dat wanneer dranken tot 50-60 ºC verhit werden deze de ziekteveroorzakende bacteriën doodden. In de jaren 1880 werd aan dit proces zijn naam toegekend: Pasteuriseren. Het pasteuriseren zorgde er onder andere voor dat minder mensen overleden aan tuberculose, omdat melk nu goed verhit werd alvorens het gedronken werd. Louis Pasteur verwierp ook de theorie van de “spontaneous generation” (het idee dat levende dingen kunnen ontstaan uit levenloze materie). Hij toonde dit aan met zijn experiment uit 1862 waarin hij met behulp van glazen kolven met een S-vorm aantoonde dat als ziekteverwekkers uit de buurt bleven van een vloeibaar medium deze niet groeiden, ook al kwamen zij in contact met de lucht. Louis Pasteur heeft ook bijdrage geleverd aan de gezondheid van dieren: Zo ontwikkelde hij in 1879 een vaccin (het eerste vaccin dat in een laboratorium ontwikkeld werd) tegen kippencholera en in 1881 een vaccin tegen anthrax (miltvuur; infectie voornamelijk bij dieren) bij dieren. Ook ontwierp hij het eerste vaccin tegen rabiës in 1885.

Louis Pasteur. © Wikipedia UK.

Robert Koch (1843-1910)

De Duitse arts Robert Koch (die eerst een collega van Louis Pasteur was, maar later zijn vijand werd) zette een laboratorium op waar hij onderzoeken deed die grote resultaten opleverden. Eerst onderzocht hij anthrax waarbij hij er uiteindelijk in slaagde om de bacterie te kweken in een kweekmedium. In 1876 publiceerde hij zijn bevindingen waarbij voor het eerst de relatie tussen een specifieke ziekte en een micro-organisme aangetoond werd. Daarna bestudeerde hij tuberculose en in 1882 ontdekte hij de ziekteverwekker van de ziekte: De bacterie Mycobacterium tuberculosis. In 1905 werd Koch’s bijdrage aan de medische wetenschap, “investigations and discoveries in relation to tuberculosis”, beloond met de Nobel Prijs. De Miasme theorie was nu voorgoed verworpen. Ook isoleerde hij in 1884 de ziekteverwekker van cholera.

Robert Koch. © Encyclopedia Britannica.

Tuberculose (links) en cholera (rechts) op kweekmedium, door Robert Koch. © Medicine.

Na de ontdekking dat ziekten werden overgedragen door bacteriën en virussen (het eerste virus werd in 1892 beschreven) kwamen eind 19de eeuw de eerste vaccinaties om dodelijke ziekten te bestrijden. In 1853 vond in Engeland het eerste grote vaccinatieprogramma tegen de pokken plaats. De jaren daarop volgden de vaccinaties in andere landen waardoor de ziekte uiteindelijk in 1977 niet meer voorkomt op de wereld.

Joseph Lister (1827-1912)

Geïnfecteerde wonden (wat in die tijd “sepsis” werd genoemd) waren een groot probleem in de 19de eeuw: Veel mensen overleden aan de gevolgen hiervan. De Britse arts Joseph Lister bedacht (na de ontdekking door Louis Pasteur dat micro-organismen de boosdoener waren en niet de vieze lucht zoals dat in de Miasma theorie werd aangehouden) dat het probleem opgelost zou worden als micro-organismen gehinderd zouden worden om zich in de wond te nestelen. Joseph Lister experimenteerde met onder andere zinkchloride, maar dit bleek niet te werken bij open wonden. Fenol (een zuur) werd bij de riolering in de Engelse stad Carlisle gebruikt en Joseph Lister testte dit uit bij een 11-jarige jongen die een beenbreuk had. Het bleek een succes: Alhoewel er lichte brandplekken waren, raakte het been niet geïnfecteerd. De fenol, Lister’s “antiseptic”, werd snel toegepast waardoor sterftecijfers daalden: 46% van de mensen die een amputatie ondergingen overleed vóór het gebruik van ontsmettingsmiddelen tegen 15% sinds de invoering van de ontsmettingsmiddelen.

Joseph Lister. © Medicine.

Lister’s ontsmettingsmiddel. © Medicine.

In 1869 ontwierp Joseph Lister een spray waarin zowel fenol als een lokaal anestheticum zat. Daar chirurgen eerst huiverig waren om sneden in de huid te maken, werden dankzij het gebruik van ontsmettingsmiddelen (waarmee geïnfecteerde wonden vaak voorkomen werden) het mogelijk om grotere operaties uit te voeren. In de jaren 1870 realiseerde men zich dat het belangrijk was om chirurgische instrumenten en handen schoon te maken. De Franse arts Charles Chamberland ontwierp in 1879 (toen de familie Brontë allang overleden was) een machine om chirurgische instrumenten te steriliseren met hoge druk stoom. In 1897 is voor het eerst vastgelegd dat chirurgen tijdens een operatie handschoenen droegen.

Tuberculose

Tuberculose, in het Engels ook wel consumption genoemd, is één van werelds langst bekende, meest verspreide en dodelijkste ziekten. Ook Branwell, Emily, Anne en vermoedelijk ook Charlotte overleden aan tuberculose. In Charlotte’s Jane Eyre lijdt Helen Burns aan consumption (en niet vlektyfus waar 45 van de 80 kinderen aan leden), iets wat Jane dacht dat met rust over zou gaan, maar wat dodelijk bleek te zijn:

… But Helen was ill at present: for some weeks she had been removed from my sight to I knew not what room upstairs. She was not, I was told, in the hospital portion of the house with the fever patients, for her complaint was consumption, not typhus; and by consumption I, in my ignorance, understood something mild, which time and care would be sure to alleviate.

I was confirmed in this idea by the fact of her once or twice coming downstairs on very warm sunny afternoons, and being taken by Miss Temple into the garden: but, on these occasions, I was not allowed to go and speak to her; I only saw her from the schoolroom window, and then not distinctly, for she was much wrapped up, and sat at a distance under the veranda. …

… I should not have suspected that it meant she was dying; but I knew instantly now; it opened clear on my comprehension that Helen Burns was numbering her last days in this world, and that she was going to be taken to the region of spirits, if such region there were. …

Charlotte Brontë – Jane Eyre

Tuberculose werd vaak geromantiseerd in o.a. poëzie en afbeeldingen uit de 19de eeuw. © Medicine.

Tegenwoordig weten we dat tuberculose, mede door het werk van Robert Koch in 1882, door de bacterie Mycobacterium tuberculosis veroorzaakt wordt. De ziekte tast vooral de longen aan en wordt via de lucht verspreid. Vooral in dichtopeengepakte gebieden, zoals in Haworth, werden er veel mensen besmet als er een uitbraak was. Pas in 1947 werd duidelijk dat het antibioticum streptomycine de ziekte kon bestrijden. Tegenwoordig sterven jaarlijks zo’n 8-10 miljoen mensen aan de ziekte, vooral in Afrika, Zuid-, Oost- en Zuidoost Azië.

Rabiës

Rabiës was een gevreesde ziekte in de 19de eeuw. De ziekte wordt aan de mens overgedragen via de beet van een besmet dier. Vooral honden waren in die tijd een bron van besmetting. De ziekte werd daarom ook wel “mad dog disease” genoemd (hoe wij de ziekte tegenwoordig nog hondsdolheid noemen). Het virus trekt naar de hersenen waar het een hersenontsteking veroorzaakt met onder andere agressief gedrag, verlamming en uiteindelijk de dood tot gevolg. Emily is ooit door een hond gebeten die (vermoedelijk) rabiës had: Ze rende de keuken in en gebruikte het hete ijzer van dienstmeid Tabby om de wond dicht te schroeien. In die tijd was dat de gebruikelijke, en enige, remedie voor een beet door een geïnfecteerd dier. Ook in Charlotte’s Shirley komt de angst voor rabiës terug (zie het artikel over “Dieren in de tijd van de Brontë Zusjes”).

Een Franse dierenarts stuurde Louis Pasteur, die interesse kreeg in de ziekte rabiës, een aantal speekselmonsters van honden die aan de ziekte overleden waren. Louis Pasteur haalde het rabiësvirus uit de ruggenmergen van aan rabiës overleden konijnen en liet deze ruggenmergen veertien dagen drogen. Met deze tijd zou het virus zodanig verzwakt zijn dat het wel immuniteit zou geven, maar niet ziek zou maken als het in een levend dier ingespoten werd. Vervolgens spoot hij het virus uit geïnfecteerde ruggenmergen die dertien dagen oud waren in, toen van twaalf dagen oud. Totdat hij het meest actieve virus (van een vers geïnfecteerd ruggenmerg) inspoot: Het experiment was geslaagd, want het dier werd niet ziek.

Het rabiësvaccin door Louis Pasteur. © Medicine.

In 1885 voerde Louis Pasteur de eerste succesvolle rabiësvaccinatie uit in de negenjaar oude Joseph Meister. Hij was twee dagen daarvoor gebeten door een met rabiës besmette hond. De jongen kreeg dertien injecties, beginnend met een extract van een vijftien dagen oud ruggenmerg. Er werden steeds sterkere preparaten gegeven en de jongen overleefde de ziekte. Snel kreeg men lucht van de succesvolle vaccinaties door Pasteur en er volgden vele genezingen: Mensen reisden vanuit de hele wereld naar Frankrijk om hen door Pasteur te laten vaccineren (als zij vlak daarvoor door een besmet dier gebeten waren of om immuniteit op te bouwen voor het geval een beet in de toekomst zou plaatsvinden). In maart 1886 had Pasteur 350 mensen behandeld waarbij slechts één iemand de ziekte niet overleefd had. In 1889 waren er op de hele wereld centra voor rabiës vaccinatie. Jaarlijks worden door de vaccinatie, die door Pasteur ontwikkeld is, 300.000 levens gered.

Gezondheid in Haworth

In de overvolle steden, als een gevolg van de Industriële Revolutie waardoor mensen verhuisden van het platteland naar de stad om te werken, kwamen veel ziekten voor. De gemiddelde levensverwachting in Haworth in de tijd van de Brontë zusjes was 19.6 jaar oud. Veel kinderen haalden de volwassen leeftijd niet. Patrick Brontë, de vader van de Brontë zusjes, las de begrafenisplechtigheid bij 41% van de kinderen in Haworth die overleden voordat zij zes jaar oud waren geworden. In Haworth overleden net zoveel mensen als in de slechtste achterstandwijken in Londen. In 1842 bracht Edwin Chadwick, een Britse jurist, rapport uit over de hygiëne in de steden: Chadwick’s Report on Sanitary Conditions.

Haworth is hooggelegen en wordt bereikt door één van Engelands steilste straten. In de tijd van de Brontë zusjes hing er vaak een vieze geur in de straat. Buitenhuize toiletten werden door veel mensen gedeeld (één toilet met wel twaalf familieleden). Als op een gegeven moment de gespaarde ontlasting in de beerput onder het toilet zo zwaar werd, opende het luikje zich waardoor de ontlasting de straat invloog! Nog geen twee meter van zo’n beerput vandaan was de kraan voor de watertoevoer voor de omringende huizen… Ook in de Glebe House (wat wij nu kennen als de Brontë Parsonage) was er geen goede riolering: De familie deelde een buitenhuis toilet met de bedienden. In Haworth kwam vooral veel ziekte voor: Dichtbevolkt, er was slechte wateraanvoer en geen waterafvoersysteem in Haworth, dieren werden dichtbij de verblijfplekken van de mensen gehouden en kelders lagen vaak onder de beerputten…

Edwin Chadwick bracht rapport uit dat de lichamen van overleden mensen, die aan het ontleden waren, schadelijke effecten gaven in de lucht wat op zijn beurt slecht was voor de gezondheid. Het overvolle kerkhof in Haworth (met 1.344 begrafenissen in tien jaar tijd, wat neerkomt op twee begrafenissen in de week) was in het speciaal een ongezonde plaats: Een slechte afwatering, een klein, veel te vol stuk grond. Bovendien werden op de graven grote, dunne stenen gelegd, zodat er niets overheen kon groeien waardoor de ontleding sneller zou gaan, zo dachten ze in Haworth. Inspecteur Babbage schreef dat door dit afdekken van de graven voorkomen werd dat lucht naar de grond kwam om de ontleding te laten plaatsvinden. Daarnaast namen de stenen de plaats in van grassen en struikjes die de gassen, die vrijkomen bij het ontledingsproces, juist zouden absorberen en daarmee de lucht minder vuil zouden maken. Babbage concludeerde dat er geen begrafenissen meer mochten plaatsvinden in het kerkhof en dat er geen begrafenissen meer mochten plaatsvinden in de ondergrondse graven van de kerk. Patrick Brontë negeerde beide instructies en pas nadat Patrick in het ondergrondse familiegraf van de kerk begraven werd in 1861 werd de kerk officieel gesloten voor begrafenissen. Bezoekers hadden de vieze, rottende geur van overleden lichamen vaak geroken als zij de kerk bezochten. Patrick’s opvolger, de dominee Wade, liet de kerk slopen (behalve de oude kerktoren) en liet de vloer opnieuw leggen boven de graven. Het is een wonder dat de Brontë zusjes voor die tijd nog zou oud zijn geworden (Emily stierf op 30-jarige leeftijd, Anne op 29-jarige leeftijd en Charlotte op 38-jarige leeftijd), gekeken naar de slechte hygiënische omstandigheden in Haworth en het wonen op een overvol kerkhof.

De lucht van de ontbindende lichamen uit de ondergrondse graven, die de kerkgangers roken toen zij de kerk in de tijd van Patrick Brontë bezochten, zal een inspiratiebron bij het schrijven van Jane Eyre voor Charlotte zijn geweest:

While disease had thus become an inhabitant of Lowood, and death its frequent visitor; while there was gloom and fear within its walls; while its rooms and passages steamed with hospitals smells, the drug and the pastille striving vainly to overcome the effluvia of mortality, that bright May shone unclouded over the bold hills and beautiful woodland out of doors.

Charlotte Brontë – Jane Eyre

Zwangerschap

De 19de eeuwse maatschappij bepaalde dat zwangere vrouwen (ookal was zij getrouwd) van de midden- en hogere klasse niet zwanger gezien mochten worden, omdat dit er onnatuurlijk uitzag. Zwangeren moesten hun zwangerschap verhullen met zwangerschapskorsetten óf thuis blijven. De speciale korsetten werden over de buik gedaan en het rijgsnoer werd strak aangetrokken, samen met de vele gespen, bandjes en baleinen werd een zo smal mogelijke taille gecreëerd. In het derde trimester werd tevens een speciale beugel over de buik gedragen om de buik plat te drukken. Dokters zagen het gevaar van de kledingstijl (miskramen, complicaties bij de geboorte of de dood van baby’s en moeders), maar zij kregen geen steun van de maatschappij.

Schade aangedaan door een korset. © www.exhibits.hsl.virginia.edu

In de jaren 1840 stierven veel pas bevallen vrouwen aan kraamvrouwenkoorts. Met observaties kwam de Hongaarse arts Ignaz Semmelweiz (1818-1865) er in het ziekenhuis in Wenen achter dat er infectieus materiaal was (de aanwezigheid van micro-organismen als ziekteverwekkers was toen nog niet bewezen) wat de vrouwen besmette: Chirurgen en medisch studenten, die van lijkschouw en ontleding van lichamen kwamen, droegen deze “cadaverous particles” met zich mee en infecteerden op deze manier de kraamvrouwen. Toen Ignaz Semmelweiz in 1847 het routinematig handenwassen met chlorina liquida voor al zijn medewerkers introduceerde, daalde het aantal vrouwen dat overleed aan kraamvrouwenkoorts drastisch: Van 12-13% naar 1-2%! Zijn nieuwe ideeën werden niet gewaardeerd, omdat het botste met de lang gevestigde denkwijze in die tijd (o.a. de Miasma theorie) en de chirurgen (die veel aanzien hadden en die hij beschuldigde van besmettingsbron) weigerden om gezien te worden als de boosdoeners. Er werden zelfs politieke en religieuze redenen tegen Ignaz Semmelweiz gebruikt (dat hij een Joodse Hongaar was die in Oostenrijk woonde). Pas toen de antiseptische middelen door Joseph Lister gebruikt werden en de theorie van Louis Pasteur aanvaard was, werd het werk van Ignaz Semmelweis gewaardeerd en wordt hij tegenwoordig gezien als degene die zich heeft toegelegd op het verminderen van kraamvrouwenkoorts en de hygiëne in ziekenhuizen heeft verbeterd.

Ignaz Semmelweis. © Medicine.

Kraamvrouwenkoorts. © Medicine.

In 1853 verzocht Koningin Victoria dokter John Snow om haar chloroform te geven om de pijn bij de baring van haar 8ste kind Prins Leopold te verzachten. Dokter Snow honoreerde dit verzoek wat veel ophef in de maatschappij en in het medische circuit gaf. Chloroform wordt tegenwoordig beschouwd als een levensgevaarlijke stof, maar werd vroeger veel gebruikt als damp om bewusteloosheid tijdens operaties te krijgen en als pijnstiller. Toen enige jaren nadat Prins Leopold geboren was bleek dat hij hemofilie (bloederziekte; gekenmerkt door een verhoogde neiging tot bloeden bij mannen) had, verweet iedereen de omstandigheden rond zijn geboorte hieraan. Nu weten we dat hemofilie een erfelijke ziekte is die in families aan de mannen wordt doorgegeven. Het gebruik van chloroform door Koningin Victoria gaf ook verzet bij de gelovigen, omdat in de bijbel staat dat “bear children in intense pain and suffering”. Het gebruik van chloroform zou daarmee recht tegenover God staan. Dat chloroform ook gebruikt werd bij mannen die een operatie ondergingen, gaf geen verzet…

Verloskundigen in de 19de eeuw. © Medicine.

Alhoewel er jaren mensen waren (het zij min of meer medisch getraind, het zij met ervaring) die zwangeren bijstonden tijdens de geboorte, werd in Engeland pas in 1881 het Midwive’s Institute opgericht dat verloskundigen als gespecialiseerd beroep zag met een training en certificaat. In datzelfde jaar vond in Duitsland de eerste moderne keizersnede plaats.

De eerste vrouwelijke dokters

Alhoewel er tegenwoordig meer vrouwelijke beginnende artsen zijn dan mannelijke, heeft dit jaren gekost. Vroeger was arts een specialisme dat alleen voor mannen weggelegd was. In 1849 werd de Amerikaanse Elizabeth Blackwell (1821-1910) de eerste vrouwelijke medisch afgestudeerde. In Engeland hielp ze in 1874 om de London School of Medicine for Women op te zetten. Dit deed ze samen met Sophia Jex-Blake (één van de eerste vrouwelijke artsen in Engeland en die in 1886 de Edinburgh School of Medicine for Women vestigde) en Elizabeth Garrett Anderson (de eerste vrouw die in 1862 een vergunning kreeg om het medisch beroep uit te mogen oefenen). Elizabeth Garrett Anderson werd de eerste vrouw die lid was van de British Medical Association. In 1872 opende ze een privé praktijk (St Mary’s Dispensatory for Women) en de New Hospital for Women (dat nu het Elizabeth Garrett Anderson Hospital heet). Alhoewel in 1876 er een wetsverandering in Engeland kwam die vrouwen toeliet tot het medisch beroep heeft het nog tientallen jaren geduurd voordat vrouwen daadwerkelijk geaccepteerd werden in de medische wereld.

Elizabeth Blackwell. © Medicine.

Florence Nightingale (1820-1910)

Het beroep van verpleegkunde kent een lange geschiedenis. Daar het vroeger een bezigheid was van de arme, ongeletterde mensen is het mede namens het werk van de verpleegkundige Florence Nightingale in de 19de eeuw uitgegroeid tot een belangrijk beroep binnen de gezondheidszorg. In 1836 opende dominee Theodor Fliedner een ziekenhuis in Duitsland waar verpleegkundigen simpele instructie kregen en kennis van het klaarmaken en uitdelen van medicijnen. Florence Nightingale was de bekendste student van dit ziekenhuis waar zij in 1851 drie maanden doorbracht. Toen de Krimoorlog (1853-1856) uitbrak, waren vrouwelijke verpleegkundigen nodig om de gewonde en zieke soldaten te verzorgen. Florence Nightingale werd de “Superindendent of the Female Nursing Establishment of the English General Hospitals in Turkey”. Tot die tijd hadden verpleegkundigen een reputatie van onkunde, dronkenschap en promiscuïteit. Florence Nightingale zag er echter op toe dat er discipline was, dat verpleegkundigen zich niet gingen verbroederen met artsen en patiënten en stimuleerde hygiëne, soberheid en goede manieren. In 1860 openende Florence Nightingale een school voor de opleiding van verpleegkundigen in St Thomas’ Hospital in Londen. Vanaf die tijd werden steeds meer verpleegkundige genootschappen opgericht welke zorgde voor standaardisatie van de training en welke uiteindelijk aan verpleegkunde een beroep toekende.

Florence Nightingale. © Medicine.

The Mission of Mercy Florence Nightingale receiving the Wounded at Scutari, 1857. © National Portrait Gallery, London.

Anesthesie in de 19de eeuw

Tot de 19de eeuw was een operatie uitvoeren zonder pijn te hebben ondenkbaar: Toen Charlotte samen met haar vader in augustus 1846 naar Manchester afreisde om Patrick daar te laten opereren aan staar, werd de operatie uitgevoerd zonder verdoving. In de jaren 1840 ontwikkelde John Snow (degene die bedacht dat cholera veroorzaakt werd door een pathogeen) een interesse voor anesthesie. In die tijd waren chemische stoffen die bewusteloosheid en gevoel/pijnloosheid induceerden een geliefd onderwerp van studie. In 1799 observeerde de Britise chemist Humphry Davy het sederende (in een roes brengen) effect van “nitrous oxide” (lachgas). In de jaren 1840 experimenteerde de Amerikaanse tandarts Horace Wells met lachgas. Hij trok zelfs zijn eigen tand uit onder het gebruik van lachgas om te bewijzen dat de procedure pijnvrij was! Toen hij in 1845 een demonstratie gaf en hij het lachgas toepaste bij zijn oud-collega William Morton ervaarde deze pijn. Er moest naar een ander middel worden gezocht.

Lachgas kan een opgewekt gevoel geven waardoor het in de 19de eeuw ook populair op feesten was. © Medicine.

Alhoewel de Georgische huisarts Crawford Long in 1842 het eerste succes op deed met ether, publiceerde hij zijn bevindingen niet waardoor in 1846 William Morton de lof kreeg. Nadat William Morton ether op zichzelf uitgeprobeerd had en ook op een hond en bij een aantal assistenten, trok hij met hulp van een in ether gedrenkte zakdoek in 1846 een kies bij een patiënt die geen pijn ervaarde. Snel deed het succesverhaal zijn ronde en volgde meerdere succesvolle operaties. In 1846 werden dus de eerste experimenten met ether uitgevoerd en op 19 december 1846 vond de eerste officiële operatie onder algehele anesthesie met damp plaats. In 1847 ontwierp John Snow een instrument om ether gedoseerd toe te dienen. John Snow schreef artikelen en bedacht het specialisme van de “specialist anesthesist”. Door John Snow werden anesthetica veiliger, effectiever en meer geaccepteerd.

Daar het lang duurde voordat het effect van ether intrad en mensen vaak misselijk waren, gebruikte de Schotse verloskundige arts James Young Simpson in 1847 het nieuwe gas chloroform, wat sneller werkte en minder bijwerkingen had. In de jaren 1850 werd het een populair middel om te gebruiken als pijnstilling tijdens de bevalling. Koningin Victoria maakte gebruik van chloroform, toegediend door pionier John Snow, tijdens de geboortes van haar laatste kinderen Prince Leopold in 1853 en Princess Beatrice in 1857. John Snow testte de nieuwe gassen, vooral chloroform, op dieren en op hem zelf. Tegenwoordig wordt gedacht dat deze zelf-experimenten zijn dood zijn geworden: Hij overleed aan een combinatie van beroerte en nierfalen, dat door het experimenteren met anesthesiedampen werd teweeggebracht.

De anesthesie ontwikkelde zich snel over de jaren: In 1874 kwamen de eerste intraveneuze middelen (toegediend via het infuus), in 1884 de lokale anesthetica (plaatselijke verdoving, bijvoorbeeld bij het oog) en in de jaren 1890 werd de eerste ruggenprik toegepast.

Bronnen:

  • Medicine – The definitive illustrated history. 2016. London: DK Londen / Penguin Random House.
  • The Brontës. Brian Wilks. 1974. London: Hamlyn Publishing Group Limited.
  • The Victorian Treasury. Lucinda Hawksley. 2015. London: André Deutsch Limited.