Nieuwsbrief December 2017/Januari 2018

---

Nieuwe datum bekend voor lezing “Het leven van de Brontë zusjes” – 24 maart 2018

Graag nodigen wij u uit voor de volgende Brontë lezing ‘Het leven van de Brontë zusjes’ op 24 maart 2018 in Bussum. De intrigerende levensverhalen van de drie Brontë zusjes en hun weg naar succes zal in deze lezing worden besproken door Brontë-liefhebbers en zusjes Maartje en Janneke, oprichters van www.brontezusjes.nl. Wij kijken er naar uit u te mogen ontmoeten, graag tot dan!

Voor meer informatie en aanmelden, klik hier.

---

Dieren in de tijd van de Brontë zusjes

Let op: delen in dit artikel (Agnes Grey, Shirley en Jane Eyre) kunnen delen van de boeken verraden. Tevens kunnen sommige delen (dierenleed in de 19de eeuw) als schokkend worden ervaren.

De Brontë zusjes kenden gedurende hun leven meerdere dieren die als gezelschapsdieren werden gehouden. Zo was er familiehond Grasper, hond Flossy (van Anne), hond Keeper (van Emily), Nero, de valk die door Emily op de Yorkshire Moors was gevonden, en Tiger de kat. In vooral Agnes Grey en Jane Eyre nemen dieren of de metaforen van dieren een belangrijke rol in. Tot slot zal de opkomst van de dierenrechten in de 19de eeuw worden besproken.

Een schets van de geliefde familiehond Grasper door Emily in 1834.

Flossy

Anne’s hond Flossy was een zwart-witte Cavalier King Charles Spaniël, die zij in 1843 als pup als afscheidscadeau had gekregen van de Robinson familie op Thorp Green, waar zij als gouvernante had gewerkt. Anne hield van het beestje, het werd geaaid en vertroeteld. De hond kreeg een nestje waarvan een puppy (die overigens ook Flossy werd genoemd) aan Charlotte’s beste vriendin, Ellen Nussey, werd gegeven.

Flossy, geschilderd door Charlotte.

Er wordt gedacht dat Flossy privileges had die de andere Brontë honden niet kregen. Of waren Flossy’s poten (in tegenstelling tot die van Keeper, Emily's hond) niet vies toen deze tekening uit Emily’s dagboek werd getekend?

Tekening uit Emily’s dagboek; Emily zit aan haar schoottafel te schrijven, Keeper ligt aan haar voeten en Flossy ligt op haar bed te slapen. 

Keeper vond het heerlijk om op Emily’s bed te gaan liggen, hij vervuilde hiermee echter het witte beddengoed. Emily werd er verdrietig van, zij was namelijk verantwoordelijk voor de huishoudelijke taken. Hij bleef op het bed gaan ondanks meerdere waarschuwingen en klappen. Op een herfstavond kreeg Emily te horen dat Keeper weer op haar bed lag. Ze sleepte jankende Keeper naar beneden aan zijn nekvel en sloeg hem in zijn ogen. Keeper had nadien geen wrok tegen haar en bleef zich aan haar zijde dienen.

Keeper en Flossy zaten altijd bij Emily en Anne onderaan tafel in afwachting van wat Schotse havermoutpap en melk die zijn tegen het einde van het ontbijt kregen.

Honden maakten deel uit van het huishouden van de Brontë zusjes. © To Walk Invisible, BBC.

Keeper

Keeper, een grote mastiff, werd aan Emily met een waarschuwing gegeven. Van wie ze hem kreeg is niet bekend. De naam Keeper had hij al. Hij zou geen vriendelijke hond zijn geweest. Vroege beschrijvingen over Keeper vertellen dat het een gevaarlijke hond was, trouw maar wel in staat om ieder die hem probeerde te disciplineren aan te vallen. Wellicht is dit de reden geweest dat Emily aan het begin Keeper met een harde hand heeft opgevoed.

Keeper, watercolour door Emily.

De relatie tussen Emily en Keeper was aanvankelijk een machtsstrijd, maar al gauw veranderde het in een van wederzijds respect. Met Keeper durfde Emily meer en stelde ze zichzelf meer open voor de buitenwereld. Hij bleef haar trouw en ze voelde zich veilig en beschermd door hem. Wanneer Emily, volgens de dorpelingen, ’s avonds of ’s nachts Branwell uit de pub ging halen en hem door de donkere straat thuisbracht, was Keeper een betrouwbare bondgenoot. Samen (vaak met Flossy er bij) liepen ze uren over de Yorkshire Moors, een plek waar Emily zich het gelukkigste voelde.

Emily hield zeker van haar hond, nog meer dan ieder ander. Alle zussen waren dol op huisdieren, maar bij Emily ging het zelfs verder. Mrs Elizabeth Gaskell, schrijfster uit de 19de eeuw, die de eer kreeg de eerste biografie over haar vriendin Charlotte te schrijven, beschreef:

"She never showed regard to any human creature; all her love was reserved for animals."

Een bekend gegeven is dat toen Emily les gaf in het Pensionnat Héger in Brussel, ze tegen haar soms niet aandachtige leerlingen gezegd zou hebben dat het enige waar ze op dat moment om gaf van de hele school, de huishond was. De hulpeloosheid van een dier zou voor Charlotte de weg naar haar hart zijn, voor Emily was het met name de woeste en wilde onhandelbaarheid van een hond dat haar aansprak.
Keeper …

"was faithful to the depths of his nature as long as he was with friends; but he who struck him [..], roused the relentless nature of the brute, who flew at his throat forthwith, and held him there till one or the other was at the point of death.’’

Een incident waarbij Emily wel moest ingrijpen toont meteen haar kordaatheid en dapperheid (niet voor niets liet vader Patrick in zijn afwezigheid Emily de verantwoordelijkheid hebben over zijn pistool dat in het geval van het uit de hand lopen van rellen tussen de arbeiders in het dorp zou kunnen worden gebruikt!): Keeper en een andere grote, sterke hond uit het dorp waren aan het einde van de weg aan het vechten. Emily was op dat moment in de tuin bezig en werd door de bediende ingelicht. Ze zei geen woord, noch leek in het minste radeloos wat te doen, maar haastte zich naar de keuken om het pepervaatje te pakken en ging op weg naar de twee honden die elkaar bij de strot vasthadden. Terwijl Emily tussen de honden insprong – ze hield Keeper vast met een arm rond zijn nek, en strooide met de andere hand peper in hun neuzen – en ze met kracht uit elkaar haalde, stonden de mannen die de beesten niet aan durfden te raken, met open mond, onthutst toe te kijken.

Honden als troost en steun

Ook Patrick Brontë, de vader van de Brontë zusjes, hield van zowel Anne’s hond Flossy als Emily’s hond Keeper. Hij schreef zelfs een lichtvoetig briefje aan Charlotte in de persoon van Flossy. Een onderonsje dat zij vaker deelden. Toen Patrick een staaroperatie moest ondergaan, riep hij naar Charlotte voor zijn vertrek, dat als hij mocht sterven tijdens de operatie hij nooit meer Keeper’s poten op zijn knieën zou voelen.

Broer Branwell had veel teken- en schildertalent en maakte meerdere tekeningen van dieren. In 1848 stierf hij aan de gevolgen van tuberculose, enkele maanden later gevolgd door Emily. In 1849, enkele maanden na het overlijden van Emily, stierf ook Anne aan tuberculose. Charlotte en haar vader bleven achter in de pastorie. In hun verdriet en eenzaamheid keerden ze steeds vaker naar de honden Flossy en Keeper. Zij waren niet alleen een link naar de overleden zusjes, maar hun aanwezigheid alleen al gaf veel steun in deze moeilijke tijd. Aan vrienden liet Charlotte weten dat zowel de gedachte aan haar vader als de aanwezigheid van de honden haar op de been hield.

Sleeping Cat, potlood op papier, door Branwell, januari 1828. © The Brontë Society.

Charlotte was aanvankelijk nooit zo’n hondenliefhebber. Ze spelde Flossy’s naam vaak verkeerd (de ene keer wel en de andere keer niet met een extra e: Flossey), onthield niet of het een meisje of jongen was en noemde Keeper ‘het’, maar na het overlijden van haar broer en zussen ging Charlotte de achtergebleven honden steeds meer waarderen. Ze schrijft er zelfs over naar beste vriendin Ellen en haar uitgever en vriend William Smith Williams:

"The ecstasy of these poor animals when I came in was something singular – at former returns from brief absences they always welcomed me warmly – but not in that strange, heart-touching way – I am certain they thought that, as I was returned, my sisters were not far behind."

Flossy leek altijd te blijven wachten op de thuiskomst van Anne (zij overleed in Scarborough, alwaar zij met Charlotte en Ellen naar toe ging in de hoop dat de zeelucht haar goed zou doen), terwijl Keeper na Emily’s overlijden elke avond voor haar lege kamerdeur sliep, onder de deur snuffelde en elke ochtend bij haar deur stond te janken. Hij was voor haar overlijden dag en nacht aan haar ziektebed te vinden. De avond voor haar overlijden is Emily de honden nog zelf eten gaan geven, ze stond erop door te gaan met het zorgen voor de honden zoals ze altijd had gedaan. Keeper was de eerste die, aan de zijde van vader Patrick, met de begrafenisstoet naar Emily’s graf mee liep. Drie jaar na het overlijden van Emily stierf ook Keeper. Hij werd in de tuin van de pastorie begraven. In 1854 stierf Flossy op 11-jarige leeftijd.

Keeper liep in de begrafenisstoet achter Emily's kist. © The Brontës, Children of the Moors, Mick Manning en Brita Granström.

De geliefde huisdieren van de Brontë zusjes stonden model voor dieren die terugkomen in hun boeken (Flossy in Agnes Grey, Keeper in Shirley). Ook komen soms waargebeurde situaties met dieren terug (Shirley) of hoe er met dieren werd omgegaan (Agnes Grey).

Agnes Grey

Flossy kreeg in Anne's boek Agnes Grey een belangrijke rol, die van hond Snap. Snap zorgt er uiteindelijk voor dat Agnes Grey en Edmund Weston bij elkaar komen:

"Presently, I heard a snuffling sound behind me and then a dog came frisking and wriggling to my feet. It was my own Snap — the little dark, wire-haired terrier! When I spoke his name, he leapt up in my face and yelled for joy. Almost as much delighted as himself, I caught the little creature in my arms, and kissed him repeatedly. But how came he to be there?"

In Agnes Grey vertelt Anne het verhaal van Agnes, de gouvernante die eerst voor de familie Bloomfield gaat werken. Er wordt van meerdere kanten dierenleed beschreven. Zo wordt de hond door Mr Bloomfield geslagen. Zoon Tom haalt plezier uit het vangen en martelen van jonge, hulpeloze vogels. Als Agnes het nest redt en Tom hier op aan spreekt, wordt zij uitgelachen en krijgt Agnes geen bijval van zijn ouders, die het gedrag alleen maar lijken aan te moedigen en Tom zijn ‘pleziertje’ gunt. Dieren werden in die tijd gezien als ‘eigendom’ van hun menselijke eigenaren.

Tegen deze achtergrond van wreedheid, ijdelheid en morele leegte van de hoge sociale klasse, speelt zich het liefdesverhaal af van Agnes en Mr Edmund Weston. Hun relatie reikt verder dan alleen liefde voor elkaar. Ze hebben namelijk ook een onbaatzuchtige liefde voor mens en dier. Edmund redt een kat die doodgeschoten zou worden. Agnes neemt de zorg van puppy Snap op zich, waar haar leerling Rosalie niet naar om kijkt. Als Snap aan een rattenvanger wordt gegeven, redt Edmund de hond van een verschikkelijke afloop. Als Edmund wordt herenigd met Agnes op het strand, is het Snap die hem naar Agnes leidt. Hoe dieren behandeld worden in het boek geeft een inkijkje in Anne’s morele kritiek op de aristocratie in het Victoriaanse Engeland.  

Shirley

In Shirley, geschreven door Charlotte, komen enkele waargebeurde situaties terug. De bulldog in het verhaal, Tartar, is een goede gelijkenis van Emily’s hond Keeper. Charlotte beschrijft in haar boek de manier waarop Emily op het tapijt zit te lezen met haar arm rond de nek van de ruige bulldog. Een andere gebeurtenis is ook terug te lezen in Shirley; op een dag rende een vreemde hond met hangend hoofd en tong uit zijn bek langs de pastorie. Emily gaf het liefdevol water tegen de dorst. De hond gaf haar er echter een valse bijt voor terug. Het bleek om rabiës, ook wel hondsdolheid, te gaan. Iets dat in die tijd in Engeland, en dan voornamelijk in Yorkshire, vaak voorkwam.

Emily rende de keuken in en gebruikte dienstmeid Tabby’s hete ijzer om de wond dicht te schroeien, in die tijd de gebruikelijke, en enige, remedie voor een beet door een geïnfecteerd dier, vaak een hond. Pas toen het incident lang achter de rug was, heeft Emily verteld wat er gebeurd was. Rabiës zou zich nog tot een jaar na de verwonding kunnen openbaren. Daarom bracht deze ziekte veel angst met zich mee bij de mensen. Deze waargebeurde situatie van Emily maakt de hoofdpersoon Shirley in het boek ook mee. Door de bijt van de hond en de angst die daarna ontstond worden de nare kantjes van het karakter van Shirley afgeslepen waarna de lezer meer sympathie voor haar krijgt. In het boek wordt Shirley steeds depressiever en vertelt (net als Emily) pas later wat haar overkomen is aan Louis Moore. Dit geeft haar opluchting en Louis Moore's geruststelling doet de rest:

"I doubt whether the smallest particle of virus mingled with your blood, and if it did, let me assure you that - young, healthy, faultlessly sound as you are - no harm will ensue... I shall inquire whether the dog was really mad. I hold she was not mad."

Nadat de rabiës dit romantische doel gediend had, komt het onderwerp niet meer terug in het boek Shirley.

“Rabies and hydrophobia.” George Fleming. © Wikimedia.

Rabiës werd in die tijd gezien als een ziekte van het noorden: De streken Lancashire en de West Riding (waar Haworth onder viel), werden gezien als de ‘rabies capitals’. De angst om gebeten te worden of benaderd te worden door een zwerfhond was iets dat actueel was. Tot het vaccin werd uitgevonden door Louis Pasteur, aan het einde van de negentiende eeuw, was er geen remedie, behoudens het dichtschroeien van de wond.

Jane Eyre

In augustus 1846 begon Charlotte met het schrijven van Jane Eyre. Emily's Wuthering Heights en Anne's Agnes Grey werden in die maand al geaccepteerd bij de uitgeverij. Alhoewel Mr Rochester's hond Pilot en paard Mesrour betrokken zijn bij de eerste ontmoeting tussen Jane en Mr Rochester, zijn het vogels die vaak genoemd of beschreven worden of die als metaforen worden gebruikt. Charlotte maakt meer dan honderd verwijzingen naar vogels in Jane Eyre. Op drie manieren komen vogels aan bod in het boek: a) In de beschrijving van het landschap. b) Om de karakterising te versterken: Om de verschillende personen uit het verhaal te leren begrijpen, vooral de contrasterende karakters van Jane en Mr Rochester. c) Vogels worden gebruikt als symbool voor geluk-liefde-hoop. Daarnaast worden ook bepaalde thema's aangehaald zoals vrijheid/gevangenschap, eenzaamheid, verschil in sociale klasse.

a) Vogels in de beschrijving van de landschappen
In het eerste hoofdstuk maken we kennis met de jonge Jane die het boek History of British Birds van Thomas Bewick (1753-1828) leest. De Brontë zusjes hadden een kopie van dit voor hen favoriete boek en gebruikten het om tekeningen na te tekenen en haalden er ideeën uit voor hun latere schrijfwerk. De plaatjes van de vogels waar de jonge Jane naar kijkt, zijn vogels die in verlaten, ruwe landschappen leven, net zoals waar Jane op dat moment woont. Er wordt een metafoor gebruikt: Jane die, net als de vogels in die landschappen, eenzaam op Gateshead is. Echter, het kijken naar de plaatjes van vogels geeft de jonge Jane een bepaalde mate van blijheid:

"With Bewick on my knee, I was then happy: happy at least in my own way."

Als de jonge Jane de koets het pad van Gateshead op hoort komen (en Mr Brocklehurst even later op bezoek komt), dan:

Jane's "... vacant attention soon found livelier attraction in the spectacle of a hungry little robin..."

Die "hungry little robin" is een voorbode van het begin van een nieuw leven voor Jane. De periode op Lowood Institution die daarna volgt, de school waar zij verblijft, was een periode waarin Jane en de andere kinderen veel honger leden en er slechte voeding was. Het spreekwoord "eat like a bird" (eat very little) is hier op van toepassing. In de hoofdstukken waarin Jane op Lowood verblijft worden weinig verwijzingen naar vogels gemaakt. Pas als Jane naar Thornfield Hall gaat komen vogels weer tevoorschijn: Niet alleen in beschrijvingen van het landschap maar ook van de karakters.

"The First Meeting of Jane Eyre and Mr Rochester." Thomas Davidson, 1914. © Brontë Parsonage Museum.

b) Verwijzingen naar vogels als versterking van de karakers
De eerste verwijzing naar Jane zelf als vogel wordt door Mr Rochester gemaakt. Het is hem opgevallen dat Jane nog steeds last heeft van wat zij op Lowood heeft meegemaakt ("Lowood constraint"), omdat ze zelden lacht en haar emoties nauwelijks toont. Mr Rochester is zich bewust van Jane's gereserveerdheid die zij van nature heeft. Mr Rochester ziet ook dat die vogel innerlijke kracht heeft: Dat Jane met de tijd zal leren om emoties te uiten en haar schijnbare angst voor mannen te overwinnen:

"I see at intervals the glance of a curious sort of bird through the close-set bars of a cage: a vivid, restless, resolute captive is there; were it but free, it would soar cloud-high."

Als het aristocratische gezelschap naar Thornfield Hall komt, valt het Jane op dat de stijlvolle dames "plumes" (pluimen, die haar doen denken aan vogels) als haarversiersel dragen. Ookal beschrijft Jane niet welke pluimen de dames dragen, ze kent dezelfde betekenis toe als aan de struisvogelpluim (naar Griekse anthologie): Mensen die niet intelligent zijn. In Jane's ogen zijn de dames daarnaast ook egoïstich, oppervlakkig en verwaand, vooral Blanche Ingram. Zij wordt als de ware aristrocraat gezien met haar "raven-black" haar en "raven ringlets". De verwijzingen naar vogels worden bij Blanche Ingram dus alleen naar haar haar gemaakt, in het speciaal als met 'ringlets' naar cirkels wordt verwezen: Het egocentrisme (als symbool dat alles om haar draait) en verwaandheid van Blanche overtreft alles. Ook Mr Rochester heeft "raven-black" haar en ook hij heeft de neiging tot egocentrisme. Alleen anders dan de anderen met zwart haar (dat Charlotte associeert met de hogere sociale klasse zoals ook bij Georgiana Reed, de dochters van Mr Brocklehurst en het gezelschap op Thornfield Hall) heeft Mr Rochester tegen het einde van het boek zulke geestelijke en lichamelijke kwelling ondergaan dat hij is gegroeid als individu.

Als Mr Mason arriveert op Thornfield Hall wordt door Jane voor het eerst beeldspraak naar vogels voor Mr Rochester gebruikt als ze hem omschrijft als "fierce falcon" (krachtige valk) met een "full falcon-eye" waarin duidelijk wordt dat Mr Rochester "passionate" (passievol) is. Behalve deze twee beschrijvingen wordt Mr Rochester niet beschreven in vogelbeeldspraak.

In het door velen gezien als meest romantische stuk van het boek gebruiken zowel Mr Rochester als Jane een vergelijking met vogels. Mr Rochester smeekt dat Jane rustig blijft en dat zij zich niet verzet tegen de emoties die zij nu wel uit:

"Jane, be still; don't struggle so, like a wild frantic bird that is rending its own plumage in its desperation."

Waarop Jane laat weten dat zij haar eigen vrije persoon is:

"I am no bird; and no net ensnares me; I am a free human being with an independent will, which I now exert to leave you."

Naar Jane wordt verwezen als een "dove" (duif), "linnet" (kneu (kleine vink)) en "skylark" (veldleeuwerik). Vooral als ze naar Thornfield vertrekt of weer terugkeert, wordt Jane beschreven als een duif. Duiven worden gezien als vriendelijke vogels die vrijwillig in gevangenschap kunnen leven, maar zich tegelijkertijd ook vrij kunnen voelen. Daarnaast zijn duiven het universele symbool voor zuiverheid. Jane is zuiver en blijft trouw aan zichzelf: Ze laat zich niet verleiden om Mr Rochester's minnares te worden.

Mr Rochester verwijst naar Jane als een linnet als hij achteraf beschrijft hoe hij de eerste ontmoeting met Jane op Hay Lane ervaarde:

"It seemed as if a linnet had hopped to my foot and proposed to bear me on its tiny wing."

Jane zou Mr Rochester geen fysieke ondersteuning kunnen geven (hoe kan een kneu immers iets groots dragen?), maar wel dat Jane vanaf toen zijn vertrouwen in de mensheid teruggaf.

Als Jane vlucht van Thornfield Hall, voelt zij zich vervreemd van de maatschappij. Ze neemt afstand van de vogels, omdat zij hen als symbool voor de liefde ziet:

"Birds were faithful to their mates: birds were emblems of love. What was I?"

Dat Jane zich niet kan identiferen met vogels duurt minder dan één dag. 's Avonds voelt zij dat haar "sad heart" is als:

"... impotent as a bird with both wings broken."

Jane verlangt om terug te keren naar Mr Rochester, maar kan dit niet vanwege conflicterende emoties. Ze belandt uiteindelijk bij de St John Rivers en zijn twee zussen. Op de dag dat Jane haar eigen school, met dank aan St John, in Morton opent, luistert ze naar de vogels die:

"... singing their last strains."

Jane realiseert zich dat op deze dag dat ze gelukkig zou moeten zijn (ze had immers haar eigen school, iets wat ze altijd gewild had), iets miste in haar leven: Mr Rochester. In de tijd dat Jane in Moor House verblijft worden verder vrijwel geen verwijzingen naar vogels gemaakt.

Eén van de illustraties in het boek van Bewick. © The Bewick Society.

c) Vogels als symbool voor geluk-liefde-hoop.
Als Jane terug is bij Mr Rochester zijn zijn "gold-ringed eyes" (zoals die van een "royal eagle" (adelaar)), die ooit vol passie zaten, uitgedoofd: Mr Rochester is nu blind. De passie is vervangen door ware liefde voor Jane. Geluk is vervangen door verdriet en er is geen hoop zonder Jane. Ookal is Mr Rochester blind, datgene wat hem het meeste verdriet gaf, was dat hij Jane niet meer had. Jane is voor hem het enige wat hem geluk-liefde-hoop kan geven. Als Jane Mr Rochester ziet, maakt ze twee verwijzingen naar vogels. De eerste over zijn lange, donkere haar dat haar doet denken aan "eagles' feathers" en de tweede dat ze vergeten is te kijken of Mr Rochester's "... nails are grown like birds' claws". Het haar, zoals eerder beschreven, verwijst naar zijn "pride", waar nu geen sprake meer van is. De nagels drukken uit wat wel en wat niet mogelijk is om, wat van het leven overblijft, vast te pakken. Mr Rochester wil in eerste instantie niet het geluk, liefde en hoop vastpakken, omdat hij zich lichamelijk gehandicapt voelt en zich het leven niet waard vindt.

De metaforen naar vogels worden ook gebruikt aan het einde van het boek waarin naar Jane als een "skylark" en "sparrow" (mus) wordt verwezen en naar Mr Rochester als een "royal eagle". Adelaren worden gezien als roofzuchtige, sterke vogels die door hun grote kop gemakkelijk onderscheiden kunnen worden. De adelaar wordt als de koning van het vogelrijk gezien.

"Oh you are indeed there, my skylark! Come to me. You are not gone, not vanished? I heard one of your kind an hour ago, singing high over the wood; but its song had no music for me, any more than the rising sun had rays. All the melody on earth is concentrated in my Jane's tongue to my ear (I am glad it is not naturally a silent one); all the sunshine I can feel is in her presence."
The water stood in my eyes to hear this avowal of dependence; just as if a royal eagle, chained to a perch, should be forced to entreat a sparrow to become its purveyor. ...

"Royal eagle"-"sparrow" beschrijft de relatie van Mr Rochester en Jane. Jane ziet zichzelf niet als een "skylark" (zoals Mr Rochester dat wel doet); ze vergelijkt haarzelf met de mindere "sparrow".

Jane had medelijden met Mr Rochester maar zij voelde nog véél meer: Ookal was de "royal eagle" gewond geraakt, hij hield in haar ogen zijn charme en temperament. Verderop stelt Jane Mr Rochester gerust dat hij een groene, krachtige boom is en zij een plant die tegen die boom aan moet leunen om te kunnen groeien. Jane zegt dat zij de "sparrow" en plant is, en Mr Rochester de "eagle" en boom. Hiermee wordt duidelijk dat Jane Mr Rochester nog steeds uitmuntend vindt. In de ogen van Mr Rochester is de "skylark" zijn ideaal van geluk, liefde en hoop.

In Ferndean is sprake van compleet geluk en ware liefde. Mr Rochester's "skylark":

"... follows on willing wings the flight of Hope, up and on to an ideal heaven."

Wuthering Heights

In Wuthering Heights beschrijft Emily, tot dan toe onbekend in de 19de eeuw, over de relatie tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld. Heathcliff’s motieven voor mishandeling – om wraak te nemen en te bedreigen – wordt vaak gezien in ook hedendaagse gevallen van dierenmishandeling. Een ingewikkelde dynamiek van trouw blijven aan de dader, wordt tevens beschreven (Isabelle kiest ondanks zijn bruutheid tegen haar hond Fanny voor Heathcliff, Fanny blijft trouw aan Isabelle ondanks het in de steek laten). De hond werd gebruikt als zondebok, iets dat in de Victoriaanse tijd (1837-1901) in Engeland niet ongebruikelijk was.

Fanny was een spaniël. In de Victoriaanse tijd werden spaniëls, met name door de arme arbeiders die in Haworth woonden, gezien als luie, nutteloze honden. Ze werden gezien als speelmaatjes voor de rijken (Koningin Victoria had een Cavalier King Charles spaniël, Dash, en ze werden door de hofdames gedragen alsof het warme kruiken waren) en hierdoor mede verafschuwd (wellicht vanwege jaloezie). Anne’s hond Flossy, ook een Cavalier King Charles Spaniël, stond waarschijnlijk model voor Fanny in het boek; knappe, speelse honden, die afhankelijk en dienbaar zijn. Het was Koningin Victoria, een groot dierenliefhebber, die een rol heeft gespeeld in een beter leven voor dieren.

Her Majesty's Favourite Pets, geschilderd door Edwin Landseer in 1838, met spaniël Dash, papegaai Lory, greyhound Nero en windhond Hector.

Dierenrechten en de opkomst van de RSPCA (Royal Society for the Prevention of Cruelty to Animals)

De Engelse wet in de 19de eeuw zag dieren slechts als het bezit van hun menselijke eigenaren. Toen in 1800 het eerste wetsvoorstel ter bescherming van dieren (die "bull baiting" (een bloedsport*; het ophitsen van een stier door andere dieren, meestal honden: pitbulls) verbood) aan de House of Commons (het Lagerhuis) werd aangeboden, kwamen maar weinig leden naar het Lagerhuis en sommigen die er wel waren staken de draak met het wetsvoorstel. Volgens de Times, de krant die de nederlaag van het wetsvoorstel verwelkomde, was de zaak beneden de waardigheid van het Lagerhuis. In het debat verdedigde de toekomstige minister-president George Canning de "bull baiting":

"the amusement inspired courage and produced a nobleness of sentiment and elevation of mind."

De Westminster Pit in Londen waar in de 19de eeuw "baiting" plaatsvond.

*Bloedsport
Dieren worden verwond of gedood voor het vermaak van de toeschouwers. In het 19de eeuwse Londen was Westminster Pit een bekende arena waar dit vermaak (wat wij nu zien als leed) plaatsvond. Tussen de jaren 1820 en 1830 (toen de Brontë zusjes in hun kinderjaren waren) was de Westminster Pit het populairst. Naast "bull baiting" vond ook ander diermisbruik plaats zoals de hond Billy, the rat-killing dog, die honderd ratten doodde in 6 minuten en 25 seconden (bijna 6 minuten sneller dan waar men op had gewed), honden die tegen elkaar vechten, hanen die tegen elkaar vechten en "baiting" (ophitsen) van beren, dassen, apen en ratten.

Billy the rat-killing dog.

Er is veel gebeurd in de geschiedenis van de bescherming van dieren (hierover is uitgebreid te lezen in het boek van Harriet Ritvo). Richard Martin introduceerde het wetsvoorstel "to prevent cruel and improper treatment of Cattle" (dat geïnterpreteerd werd als het betreffen van de meeste boerderijdieren en trekdieren, maar niet stieren of huisdieren) die in 1822 door zowel het Lagerhuis als Hogerhuis aangenomen werd. In 1824 vond de eerste bijeenkomst van de Society for the Prevention of Cruelty to Animals (SPCA) plaats in een Londense taverne. In 1835 kreeg deze organisatie voor het eerst een koninklijke beschermvrouwe: De hertogin van Kent en de toenmalige prinses Victoria. Koningin Victoria vond het welzijn van dieren zo belangrijk dat ze in 1840 het voorvoegsel "Royal" aan de organisatienaam liet toevoegen en dat is hoe wij tegenwoordig nog steeds kennen: Royal Society for the Prevention of Cruelty to Animals (RSPCA). Koningin Victoria was zich bewust van het dierenleed in Engeland. Zo zei zij in 1868:

"The English are inclined to be more cruel to animals than some other civilized nations are."

De wet uit 1822 van Richard Martin kreeg in 1835 revisie en daarna in 1849 en 1854 om ook huisdieren te beschermen. Zo werd onder andere het door honden trekken van karren (six hundredweight (6x50.8 kg) plus de vrouw van degene die dit leed toeliet!) in 1854 in heel Engeland verboden.

RSPCA, heden ten dage nog steeds een liefdadigheidsorganisatie met charity winkels in Engeland.

Maartje en Janneke

Bronnen:

• Adams, M.B. 2000. Emily Brontë and Dogs: Transformation Within the Human-Dog Bond. Society & Animals 8:2.
• Agnes Grey Readers Guide. Penguin Random House. https://www.penguinrandomhouse.com/books/329102/agnes-grey-by-anne-bronte/9780140432107/readers-guide/
• Bewick's The History of British Birds. British Library.
www.bl.uk/collection-items/bewicks-history-of-british-birds
• Rapoo, H. “Animals", Queen Victoria: A Biographical Companion. Blz. 34–39, ISBN 9781851093557.
• Ritvo, H. 1987. The Animal Estate. The English and Other Creatures In The Victorian Age. Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts.
• Sutherland, J. 2016. The Brontësaurus. An A-Z of Charlotte, Emily & Anne Brontë (& Branwell). Clays, Londen.
• Wang, C. 02-03-2017. Jane Eyre, “Hope is a Thing with Feathers”. Baruch College. https://blogs.baruch.cuny.edu/eng2850kmaspring2017/?p=318
• Whiteman, H.V. 1970. Thesis: A study of Charlotte Brontë's use of bird imagery in Jane Eyre. Oklahoma State University. https://shareok.org/bitstream/handle/11244/24814/Thesis-1970-W594s.pdf?sequence=1&isAllowed=y
• Zehms, L. 07-10-2014. Jane Eyre and Bird Imagery. Images of Women in Literature. University of Wisconsin Green Bay. http://www.uwgbcommons.org/archives/22345

---

Volgende keer:

Medisch Deel 1: Lichamelijke gezondheid in de tijd van de Brontë zusjes.

---