Brontë Zusjes Nieuwsbrief Augustus/September 2017

---

Mode in de tijd van de Brontë zusjes

De 19e eeuw stond bekend om de vele verschillende veranderingen in de mode. Karakteristiek voor damesmode in de 19e eeuw was het silhouet dat vrijwel constant veranderde, terwijl de mode voor mannen alleen in kleine details veranderde. Frankrijk, en hoofdzakelijk modehoofdstad Parijs, werd vanaf de 18e eeuw erkend als de wereldwijde trendsetter van damesmode en bleef dit ook in de hierop volgende eeuw.

Mode in de maatschappij

De modeboeken die destijds uit Parijs kwamen, met de nieuwste trends erin, waren met name bedoeld voor de hogere sociale klasse. De kledingstijl en contouren waren sterk aangezet en zullen voor de midden- en lagere klasse minder prominent aanwezig zijn geweest. Het duurde uiteraard even voordat de trends daadwerkelijk in het modebeeld van de Engelse hogere sociale klasse doordrongen, en nog langer voordat deze ook voor de sociale middenklasse bereikbaar werden. De lagere sociale klassen daarentegen hadden geen geld om de mode te volgen. Zij droegen kleding af, gaven ze door of vermaakten (tweedehands) kleding. Dit is de reden dat ook bij het kleden van de dorpelingen voor de BBC film ‘To Walk Invisible’, over het leven van de Brontë zusjes en hun weg naar succes, gebruik werd gemaakt van kostuums die soms tot wel 50 jaar achterliepen op de destijds gangbare mode.

Mode veranderde snel in de 19e eeuw. Kleding uit 1826. © English Women’s Clothing in the Nineteenth Century.

Tegenwoordig kunnen we vooral iets zeggen over de kleding van de hogere klasse, aangezien deze vaak wel in zijn geheel bewaard is gebleven. We weten echter veel minder van de kleding van de middenklasse waartoe de Brontë familie werd gerekend, en de sociale klassen daaronder. Stof was relatief duur en kleding werd, als men er op uitgekeken was of het niet meer paste, aangepast, maar ook vaak doorgegeven, bijvoorbeeld aan een jonger zusjes of aan het dienstmeisje, die de kleding of wel vermaakten of de stof gebruikten als uiteindelijk bijvoorbeeld poetslap. Het was te kostbaar om kleding/jurken zomaar te bewaren. Ook van de Brontë zusjes is maar weinig kleding bewaard gebleven. Alles dat er zou zijn bewaard zal voornamelijk van Charlotte zijn geweest, aangezien zij de enige is die roem vond toen zij nog leefde en haar nalatenschap het beste bewaard is gebleven. Tevens werd zij het oudste van de Brontë kinderen (zij stierf op 38 jarige leeftijd).

Naast het feit dat kleding van de sociale middenklasse weinig bewaard is gebleven, zijn er ook weinig tekeningen van. Jurken uit de jaren 1840 hadden een zeer kenmerkende puntige taillelijn, als men derhalve jurken hiermee tegenkwam is het vrijwel zeker uit deze periode afkomstig, dit in tegenstelling tot jurken of kleding van hiervoor of hierna (mede gezien persoonlijke smaak en eventuele aanpassingen die werden gedaan).

Er wordt gedacht dat Charlotte inderdaad haar jurken wel eens weg zou hebben gegeven aan hun trouwe dienstmeid, Martha Brown (1828-1880). Dat blijkt ook bij onderzoek naar de zogenaamde ‘Thackery Dress’ van Charlotte uit 1850. Na Charlotte’s overlijden in 1855 werd de jurk nagelaten aan Martha Brown. Na het overlijden van Martha (in 1880) bleef de jurk in de familie Brown. Haar nichtje Eleanor heeft de jurk nog eens gedragen, nadat zij een aantal aanpassingen deed aan de jurk, en het was uiteindelijk een neef van Martha Brown die de jurk in 1916 aan een veilinghuis aanbood. De jurk werd in 1928 gedoneerd aan de Brontë Society/Brontë Parsonage Museum. De jurk wordt regelmatig uitgeleend aan (inter)nationale tentoonstellingen over de Brontë zusjes. Momenteel is de ‘Thackery Dress’ in Amerika te zien.

Aanpassingen die gedaan werden aan de ‘Thackery Dress’ zijn onder andere de tailleband die gebruikt werd om het lijfje te verlengen, er is machine stiksel te zien aan meerdere naden, alhoewel de jurk oorspronkelijk geheel met de hand gemaakt is (in 1846 werd de eerste naaimachine gepatenteerd door de Amerikaan Elias Howe, en niet veel later door Isaac Singer geperfectioneerd) en er werd een bruine kraag toegevoegd. Volgens onderzoek door Eleanor Houghton zouden de Brontë zusjes hun eigen kleding zelf gemaakt kunnen hebben. Hun vaardigheden waren er in elk geval goed genoeg voor.

In die tijd werd stof gekocht in de winkel en vervolgens vervaardigd door een kleermaakster of door de vrouw zelf. Charlotte, Emily en Anne kochten altijd zelf hun stoffen en zouden samen regelmatig hiernaar op zoek zijn gegaan in zowel Keighley (spreek uit als ‘keith-lee’), zo’n 6 kilometer van hun woonplaats Haworth en in Halifax (17 km). In Stanbury kochten ze zijde (2 km).

Kleding was belangrijk, niet alleen om uit te drukken tot welke sociale klasse je behoorde maar ook je karakter. Emily kocht eens opvallende (paarse) stof bedrukt met een patroon van donder en bliksem, ondanks dat haar zussen haar voor gek verklaarden. Het zegt iets over haar standvaste karakter en haar passie voor de natuur (ze kon urenlang rondlopen op de door haar zo geliefde Moors, het heidelandschap rond het huis van de familie Brontë in Haworth).

Modegeschiedenis: Hoge taille in 1800

Aan het einde van de 18e eeuw/begin 19e eeuw was een hoge taille in de mode. Onder invloed van het Neoclassicisme en de Franse Revolutie (1789) verlangde men naar een natuurlijke uitstraling. Het korset werd verlaten. Zogenaamde ‘Empire style’ jurken, met een taille onder de buste, zoals we die kennen uit de tijd van Jane Austen, waren het straatbeeld.

De ‘Empire style’ jurk met hoge taille. © English Women’s Clothing in the Nineteenth Century

Katoenen jurk met dennenappel motief uit 1800. © Fashion Museum Bath

‘Leg-of-mutton’ mouwen in 1820-1830

Vanaf 1820 werd de taillelijn echter lager naar een (steeds) meer natuurlijke positie. Door het zakken van de taillelijn was het korset weer in opkomst aangezien smallere tailles werden gezien als een belangrijk onderdeel van de nieuwe stijl. Het korset was terug van weggeweest en werd vanaf dat moment gedragen tot aan het begin van de 20ste eeuw. Vaak werden ze gemaakt van balein (walviskraakbeen) of metaal. Schouders en halslijnen werden lager en de rok werd tegelijkertijd steeds wijder, tot een ‘full-bell shape’ in de jaren 1830.

De meest kenmerkende trend gedurende deze periode was echter de wijde, ‘leg-of-mutton’ of ‘gigot’ (in het Frans) mouwen: grote wijde mouwen vanaf de schouder, die smaller werden (vanaf de elleboog) naar het uiteinde van de mouw. Ze werden ‘leg-of-mutton’ mouwen genoemd vanwege de gelijkenis op de vorm van het achterpoot van een lammetje. De mouwen kregen vanaf de jaren 1820 meer volume en waren rond 1835 op hun grootst.

Wit-gouden organdie jurk uit 1822, dergelijke stijlen werden gezien tijdens de overgang van de eerdere ‘Empire style’ jurken naar de wijdere stijlen daarna. De mouwen worden al wat wijder, de taille is nog relatief hoog. © T. Hirokawa, The Kyoto Costume Institute

Jurk van taftzijde uit 1826 met kenmerkende ‘leg-of-mutton’ mouwen. © T. Hirokawa, The Kyoto Costume Institute

Voor- en achterzijden van bovenlijfjes uit het begin van de jaren 1830. © English Women’s Clothing in the Nineteenth Century

De wijde mouwen waren geïnspireerd op middeleeuwse kostuumdrama’s die in die tijd populair waren. In tegenstelling tot de daarvoor populaire natuurlijke vormen, richtte de aandacht zich nu op een fantasiewereld gebaseerd op middeleeuwse ridderschap en sprookjes. Dichters en schrijvers als Lord Byron en Keats, en muzikanten als Chopin droegen bij aan het gevoel van tragedie.

Om de wijde decolletés overdag te bedekken werden capes of omslagdoeken gedragen, hierdoor was er een grote vraag naar doorschijnende stoffen zoals organdie (het meest fijne katoen, de voorloper op het synthetische organza).

Jurken uit de jaren 1830 met de kenmerkende ‘leg-of-mutton’ mouwen. De middelste jurk is gemaakt van zijde, dat in die tijd werd geïmporteerd uit China. Geborduurde kragen zoals die bij de rechter jurk werden in midden jaren 1800 voornamelijk in Schotland met de hand gemaakt. © Fashion Museum Bath

Florence Nightingale en haar zus Parthenope, door W. White in 1836. © Costume & Fashion

Niet alleen de mouwen, maar ook de rokken werden wijder. Om de volumineuze mouwen en wijdere decolletés uit te balanceren werden haarstijlen en hoeden groter, gedecoreerd met veren, kunstbloemen en juwelen (door de hogere sociale klassen).

Het puntige lijfje in 1840

De stijl van de jaren 1830 zette zich voort in de jaren 1840, maar de extremere stijl zoals de wijde mouwen, raakten langzaamaan uit de mode en rustigere ontwerpen werden hersteld. De tailles werden echter steeds smaller en de rokken werden (nog) wijder en ook langer, waarbij ze soms zelfs over de grond sleepten. Vele lagen petticoats waren nodig onder de rok om het volume te behouden. Begin jaren 1840 maakte de hoepelrok zijn eerste opkomst die de vele petticoats uiteindelijk ging vervangen totdat het omstreeks 1860 bijna niet meer mogelijk was een deur door te gaan.

Typisch voor de jaren 1840 waren het wijde decolleté, smalle mouwen (strak onder de oksels), een puntige taille die de smalle taille accentueerde en een wijde rok. Kleding in deze tijd was restrictief en voorkwam dat vrouwen ‘unladylike’ activiteiten zouden ondernemen. Kenmerkend was een lange taille waarbij het puntige lijfje een scherpe hoek vormde, met accent van de schouders naar de taille.

Zijden jurk uit 1842. © Victoria and Albert Museum, London

Detail van de voorzijde van een jurk van geweven zijde uit de jaren 1840. © Victoria and Albert Museum, London

Avondjurk uit 1845, gemaakt van groen geweven zijde met wit bloemenpatroon. Klassiek voor de jaren 1840. © T. Hirokawa, The Kyoto Costume Institute

Wijde rokken en pagoda mouwen in 1850

Omstreeks 1845 waren smalle mouwen gebruikelijk. De taille kon echter een ‘v’ vorm hebben of recht zijn. Tijdens de jaren 1850 werden de steeds wijdere (vaak gelaagde) rokken vergezeld met wijdere ‘pagoda’ mouwen, brede triangelvormige mouwen, die tot het begin van de jaren 1860 in de mode waren. Alhoewel in de modetijdschriften van die tijd ook smalle mouwen terug te vinden zijn.

Triangelvormige ‘pagoda’ mouwen in 1856.© English Women’s Clothing in the Nineteenth Century

Zomerjurk uit 1858-1860 met kenmerkende grote ‘pagoda’ mouwen en geplooide rok. © Victoria and Albert Museum, London

Charlotte’s ‘Thackeray Dress’

Er zouden jurken van Charlotte in het archief van het Brontë Parsonage Museum bewaard zijn. Ze worden echter over de hele wereld uitgeleend voor verschillende tentoonstellingen, maar soms ook in de wisselende collectie in het Brontë Parsonage Museum zelf. Charlotte heeft 5 trips naar haar uitgever in Londen gemaakt na het succes van Jane Eyre. De eerste keer ging zij samen met Anne (Emily koos ervoor om thuis te blijven) om een misverstand (dat de Bell auteurs één persoon was) met de uitgever recht te zetten. De boeken werden toen nog gepubliceerd onder hun pseudoniemen, Currer (Charlotte), Acton (Anne) en Ellis (Emily) Bell. Toen de uitgever, George Smith (van uitgeverij Smith, Elder & Co.), erachter kwam dat deze twee vrouwen uit het afgelegen noorden de schrijfsters waren van deze bestsellers nodigde hij hen uit om bij hem thuis te komen eten en nam hij ze mee naar de opera in Londen.

Lang is gedacht dat Charlotte de jurk met blauw bloemen dessin heeft gedragen tijdens de zomer van 1850 tijdens een etentje met haar uitgever George Smith bij haar literaire held William Makepeace Thackeray (bekend van o.a. Vanity Fair) thuis. Niet alleen William Thackeray en zijn vrouw, maar ook andere hoogstaande Londenaren waren aanwezig. In dit gezelschap zou ze zeker met deze jurk ‘underdressed’ zijn geweest. Het bruisde inmiddels in de hele stad over de aanwezigheid van dé schrijfster van Jane Eyre, maar helaas viel de avond tegen; Charlotte kon niet aan de hoge verwachtingen voldoen ("Everyone waited for the brilliant conversation which never began at all.").

De beroemde ‘Thackeray Dress’ van Charlotte Brontë, hier tentoongesteld in het Brontë Parsonage Museum in Haworth. © Christopher Furlong, The Guardian

Maar zou Charlotte daadwerkelijk de zogenaamde ‘Thackeray Dress’ naar het etentje gedragen hebben? Eleanor Houghton denkt, naar aanleiding van haar onderzoek naar de kleding van Charlotte Brontë, van niet. Charlotte zou zich tijdens haar eerste bezoek aan haar uitgever, al hebben geschaamd, toen zij samen met Anne werd uitgenodigd voor de opera, maar hier bij het pakken van hun koffers uiteraard geen rekening mee hadden gehouden. Volgens Eleanor Houghton zou het zeer onwaarschijnlijk zijn geweest dat dit, bij een ruim van te voren gepland etentje bij William Thackeray thuis, haar dit een tweede keer zou overkomen. Waarschijnlijk heeft zij de jurk, dat gezien de stof (‘delaine’, van fijn geweven wol of een mix van wol met katoen) en het patroon meer een ‘daydress’ was, wel aan gehad tijdens een ontmoeting met William Thackeray in de ochtend. Toen was hun ontmoeting minder formeel en voelde zij zich beter op haar gemak.

Detail van de stof (delaine) van de ‘Thackeray Dress’. © Costume 2016

Korset, chemise en petticoats

Charlotte’s korset is bewaard gebleven en is in het bezit van het Brontë Parsonage Museum. Charlotte was tussen de 1,45 en 1,50 meter lang, ten opzichte van de gemiddelde lengte van 157,5 cm van vrouwen in London tussen 1840 en 1870. Ondanks haar kleine postuur, ze zou een Europese maat 30 (UK size 2) zijn geweest, droeg zij een korset dat zij strak liet vastknopen. Het zou haar een gevoel van controle en zelfvertrouwen hebben gegeven. Haar korset had ijzeren baleinen en vormde zich zodoende niet naar haar lichaam (in tegenstelling tot meer natuurlijke materialen zoals hout). Strak vastgeknoopt zou ze een taille van maar 47 cm hebben gehad.

Onder hun korset droegen de Brontë zusjes een ‘chemise’ (Frans voor ‘shirt’, een soort overhemd) gemaakt van katoen of linnen. Onderkleding als een ‘chemise’ en petticoats (en eventueel ‘drawers’, lange onderbroeken die aanvankelijk tot over de knieën kwamen, echter deze werden aan het begin van de 19e eeuw nog niet standaard gedragen, er wordt gesuggereerd dat ze pas vanaf 1830 steeds meer gedragen werden, maar pas bij de introductie van de hoepelrok in 1850 noodzakelijk werden geacht), beschermden het kostbare korset en jurk van het lichaam en zorgden voor warmte. Een of meerdere petticoats zorgden voor volume van de rok. Onder Charlotte’s ‘Thackeray Dress’ zouden maar liefst vijf stijve petticoats kunnen zijn gedragen om de juiste vorm van de rok te krijgen. De ‘chemise’ werd vaak gewassen. De kostbare jurken zelf werden buiten opgehangen om te drogen en te luchten en eventuele modder (van het lopen over de Moors) werd nadien afgeborsteld.

Actrice Charlie Murphy achter de schermen van ‘To Walk Invisible’ waarin zij Anne Brontë speelt. Onder de jurken waren meerdere petticoats nodig om het juiste volume van de rok te creëren. © John Matner

Emily droeg het minst vaak een korset. Het was restrictief en daarom niet praktisch voor haar werk in het huishouden. En tijdens haar wandelingen over de Moors zou het ook niemand opvallen. Volgens Eleanor Houghton zouden haar zussen het echter nooit hebben toegestaan om Emily naar buiten te laten gaan zonder korset.
Kragen en mouwen van kant waren afneembaar, ze werden het snelste vies (en werden dus vaak gewassen) en door meerdere exemplaren te hebben, gaf dit variatie aan de outfits. Losse leren mouwen werden door de Brontë zusjes gedragen over de kanten mouwen om te voorkomen dat ze onder de inktvlekken kwamen en daarnaast ook hun (toen nog) geheime schrijfwerkzaamheden te verhullen.

Stof kopen in Keighley

Bontbedrukt katoen uit India was al in de 17e eeuw geliefd. Het droeg bij aan de productie van gedrukte stof in West-Europa, dat al in rap tempo groeide vanwege het begin van de Industriële Revolutie rond 1750 in Engeland. Midden jaren 1830 waren jurken van bedrukte stof razend populair. Ooggetuigen hebben verklaard dat zij de Brontë zusjes overdag in Haworth regelmatig in jurken met prints hebben gezien. Een lokale fabriekswerker vertelde ze eigenlijk nooit in iets anders te hebben gezien (‘I don’t know that ever saw them in owt [anything] but print’).

Tijdens de eerste dertig jaar van de 19e eeuw werden voor jurken veel prints met kleine bloemen gebruikt. Druktechnieken namen snel toe en patronen met meerdere kleuren konden nu op een goedkopere manier gedrukt worden. In 1834 werd een nieuwe druktechniek (de ‘perrotine’) uitgevonden waarbij drukblokken automatisch werden afgewisseld op een verfkussen en op het doek werden afgedrukt waardoor het mogelijk was om precieze patronen, met meerdere kleuren, massaal te laten drukken tegen lage prijzen. Kleine bloemenpatronen waren populair; de prijzen waren schappelijk, het verborg vieze vlekken op kleding en eventuele tekortkomingen in naaitechnieken.
Kostuumontwerp voor ‘To Walk Invisible’

De BBC film ‘To Walk Invisible’ gaat over het leven van de Brontë zusjes zelf en hun weg naar succes. De film speelt zich af in het jaar 1845 wanneer de zussen alledrie weer thuis in Haworth wonen en (na poëzie en korte verhalen) hun eerste boeken beginnen te schrijven. Charlotte is op dat moment 29 jaar, Emily 27 jaar en Anne 25 jaar oud. Kostuumontwerper Tom Pye werkte samen met PhD-student Eleanor Houghton, die onderzoek doet naar de kleding van Charlotte Brontë, aan dit project om de kostuums van de spelers zo goed mogelijk overeen te laten komen met wat de zusjes zelf zouden hebben gedragen.

Anne (Charlie Murphy), Emily (Chloe Pirrie) en Charlotte Brontë (Finn Atkins) in de BBC film ‘To Walk Invisible’, 2016. © BBC

Vaak wordt gedacht dat de Brontë zusjes geen felle kleuren of patronen zouden hebben gedragen, of alleen natuurtinten zoals we die kennen van de Moors. Het tegenovergestelde is waar, zo vonden Tom Pye en Eleanor Houghton tijdens hun voorbereidingen. Felle kleuren waaronder rood en koraal waren populair. Charlotte zou ook vaker groen hebben gedragen. In een brief aan haar vriendin Elizabeth Gaskell uit 1854 heeft ze het over een jurk van ‘silver drab barège with a little green spot in it’ dat door haar kleermaakster in Halifax zou worden gemaakt voor haar huwelijksreis. Barège was een doorschijnende stof geweven van wol met zijde of katoen. Ook in het portret dat George Richmond van haar schilderde in 1850 (in opdracht van haar uitgever George Smith, als cadeau voor haar vader) koos zij ervoor om te poseren in een groene jurk. Zoals eerder genoemd droegen ze ook vaak prints.

Als kostuumontwerper voor televisie en film is het belangrijk om extra nadruk te leggen op de karakters van de hoofdpersonen. De donder en bliksem stof die Emily ooit kocht, werd door Tom Pye in New York gevonden, maar niet in de juiste kleurenstelling, dus werd de stof in een paarse tint gedrukt voor een jurk voor Emily (gespeeld door Chloe Pirrie). Anne Brontë (gespeeld door Charlie Murphy), die vaak gezien wordt als de ‘underdog’, stak Tom Pye in een opvallende groene jurk om ook haar recht te doen (zij was zijn favoriete Brontë schrijfster).

Charlie Murphy als Anne Brontë en Chloe Pirrie als Emily Brontë in haar ‘donder en bliksem’ jurk  met opgerolde jaren 1830 mouwen. © BBC

Detail van de ‘donder en bliksem stof’. © Masterpiece

Charlotte (gespeeld door Finn Atkins, overigens mede gecast vanwege haar lengte van 1.47 meter) kreeg een klassieke aubergine kleur jurk met strakke lijnen om haar serieuze kant te benadrukken. Het accent op het puntige lijfje klopt goed met de tijd waarin de film zich afspeelt. Het is bekend dat Charlotte na haar verblijf in Brussel tussen 1842 en 1843, een simpelere silhouet verkoos. In België had zij geleerd hoe zij haar jurken aan kon passen om haar kleine postuur beter uit de verf te laten komen. Ze verruilde haar ouderwetse jurken met hun hoge taillelijn, wijde mouwen en kragen, en begon simpelere kleding te dragen: een strakke taillelijn met smalle mouwen en smalle contrasterende geborduurde kraagjes. Dit is waarschijnlijk ook de reden van de smalle mouwen van de ‘Thackeray Dress’, die zij verkoos boven de steeds wijdere (triangelvormige) mouwen van de jaren 1850.

De jurk van Finn Atkins voor haar rol als Charlotte Brontë. © Brontë Parsonage Museum

Het minst modebewust was Emily. Emily koos om, in sommige ogen, ‘ouderwetse’ kleding te blijven dragen. Haar zussen Charlotte en Anne zouden hier nog om gegrapt hebben. Ze hield zich niet zo zeer bezig met de trends of wat mensen van haar vonden; haar taak was voornamelijk mee te helpen in de huishouding en daarbij moest een jurk aansluiten. De ‘ouderwetse’ wijde mouwen waren praktisch; ze kon ze gemakkelijk oprollen als zij bijvoorbeeld het brood ging kneden. In Haworth liepen, door de opkomende, voornamelijk textielindustrie (de regio Lancashire stond bekend om zijn wolachtige en gemixte stoffen), tevens veel fabriekswerkers rond. In 1847, het jaar waarin Jane Eyre voor het eerst werd gepubliceerd, waren er in Haworth zelfs vijfentwintig werkende fabrieken. Dit was tevens een reden dat zij vond dat zij bij het even naar buiten gaan niet op haar allersjiekst zou hoeven. En ook tijdens haar urenlange wandelingen op de Moors, zou ze toch (vrijwel) niemand tegen komen.
De kostuums van de film zijn tentoongesteld in het Brontë Parsonage Museum in Haworth, ze zijn daar te bewonderen tot 1 januari 2018.

Film en televisie

In de vele verfilmingen van de Brontë boeken, Jane Eyre alleen al werd maar liefst 18 keer verfilmd, zijn verschillende modestijlen te zien. In de Jane Eyre verfilming uit 1997 draagt Jane jurken die goed overeenkomen met de stijl uit de tijd dat Charlotte zelf als gouvernante heeft gewerkt; in 1839 voor de familie Sidgwick in Skipton, later in 1841 voor de familie White in Rawdon, voor haar vertrek naar België waarna haar kledingstijl veranderde. Vele kostuumontwerpers (zoals bij de verfilmingen uit 1943, 1970, 1996 en 2011) werken met het silhouet uit de jaren 1840; gekenmerkt door de puntige taillelijn en de smalle mouwen, alsof Jane Eyre’s tijd als gouvernante op Thornfield Hall zich in dezelfde tijd afspeelt als de publicatie van Jane Eyre in 1847. Waarschijnlijk kozen filmmakers en kostuumontwerpers deze latere stijl omdat het de vrouwelijke vorm extra aanzet en mogelijk beter overkomt op beeld. De verfilming uit 1997 is een goed voorbeeld van de stijl uit de jaren 1830 die waarschijnlijk het dichtste in de buurt komt van wat Charlotte Brontë zelf in haar tijd als gouvernante zou hebben gedragen.

Jane Eyre verfilming uit 1997 met Samantha Morton als Jane Eyre met jaren 1830 stijl jurk met een relatief hoge taille en wijde mouwen. © ITV Global Entertainment

Jane Eyre verfilming uit 2011, met Michael Fassbender als Mr Rochester, hier met Imogen Poots als Blanche Ingram in een jaren 1840 jurk. © Focus Features

Kortom, de mode in de 19e eeuw stond niet stil en bracht vele mooie creaties. Jammer genoeg is er niet veel bekend over de kleding van de Brontë zusjes zelf, maar gelukkig spreken de kostuums uit ‘To Walk Invisible’ in ieder geval erg tot de verbeelding en hoop ik stiekem de beroemde ‘Thackeray Dress’ nog eens met eigen ogen te mogen bewonderen.

Janneke

Bronnen:

• Fashion. The Collection of the Kyoto Costume Institute. A History from the 18th to the 20th Century. Vol. 1: 18th and 19th Century. Akiko Fukai et al. 2006. ISBN 3822827630.

• Fashion Museum Bath. A History of Fashion in 100 Objects, collectie tentoongesteld juli 2016 (te zien tot 1 januari 2019). 

• Lezing ‘Costumes of To Walk Invisible’, door kostuumontwerper Tom Pye en PhD student Eleanor Houghton (PhD: "Decoding Clothing: Charlotte Brontë, ‘Plainness’ and the Language of Dress’’), Brontë Parsonage Museum, Haworth, mei 2017.

• Eleanor Houghton (2016) Unravelling the Mystery: Charlotte Brontë’s 1850

• ‘Thackeray Dress’, Costume, 50:2, 194-219, DOI: 10.1080/05908876.2016.1165956. Published by Informa UK Limited, trading as Taylor & Francis Group.

• http://www.tandfonline.com/doi/figure/10.1080/05908876.2016.1165956?scroll=top&needAccess=true

• Being the Brontës, BBC documentaire, 2016.

• English Women’s Clothing in the Nineteenth Century: a comprehensive guide with 1,117 illustrations. Cunnington, C. Willett. Dover Publications, Inc. New York, 1990. ISBN-13: 978-0-486-26323-6.

• Costume & Fashion. James Laver. Thames and Hudson. ISBN 0-500-20266-4.

• http://www.tudorlinks.com/treasury/articles/viewvictunder1.html

• https://www.naxos.com/mainsite/blurbs_reviews.asp?item_code=NAX35712&catNum=NAX35712&filetype=About%20this%20Recording&language=English

---

Volgende keer:

Dieren in de tijd van de Brontë zusjes.

Flossie, Keeper en Nero waren huisdieren van de Brontë zusjes. Welke betekenis hadden huisdieren in het leven van Charlotte, Emily en Anne? Hoe beïnvloedde dit hun schrijverswerk? Bij de eerste ontmoeting tussen Jane Eyre en Mr Rochester, door velen beschouwd als de “most romantic meeting ever”, zijn twee dieren aanwezig: Pilot, de hond van Mr Rochester, en Mesrour, zijn paard. Ook in Agnes Grey lijkt een dier te zijn gekoppeld aan de romantiek…

---