Valentijnsdag in de tijd van de Brontë zusjes

---

Liefde en de Brontë zusjes

Vandaag is het Valentijnsdag, de dag van de liefde. Ter gelegenheid hiervan zullen we, voor zover dit bekend is, de liefdesperikelen van de Brontë zusjes bespreken. Van Emily en eventuele geliefden is helaas niets bekend. Maar over het liefdesleven van Charlotte is, vanwege haar uitgebreide brievencorrespondentie met vriendin Ellen Nussey, gelukkig wel het een en ander bekend.

Aanzoek Henry Nussey

Terwijl Charlotte in 1839, toen bijna 23 jaar oud, bezig was met het schrijven van een nieuw verhaal uit de fantasiewereld ‘Angria’, wordt haar, min of meer op hetzelfde moment, zelf ook toevallig liefde geboden. Het verhaal dat ze schreef ging over Elizabeth Hastings (de zus van de door Branwell verzonnen personage Henry Hastings) en William Percy. Dit verhaal wordt overigens gezien als de zogenaamde ‘fore runner’ van Jane Eyre (als William Percy een aanzoek doet zijn minnares te worden, weigert ze niet alleen vanwege wat de buitenwereld zou denken, maar ook uit zelf-respect).

In maart dat jaar ontving Charlotte een onromantisch huwelijksaanzoek per post van de vierjaar oudere Henry Nussey, de broer van Ellen. Het aanzoek kwam volledig uit de lucht vallen. Dominee Henry Nussey, voorheen hulppredikant van Dewsbury, had nu een nieuw predikantschap in Donnington. Hij was 27 jaar oud en had besloten dat het tijd was om te trouwen. De brief met het huwelijksaanzoek zelf is niet bewaard gebleven, maar Charlotte schreef er wel over naar Ellen: “.. it is his intention to take pupils after Easter – he then intimates that in due time he shall want a Wife to take care of his pupils and frankly asks me to be that Wife. Altogether the letter is written without cant or flattery.’’

Charlotte waardeerde zijn eerlijkheid. Het aanzoek had ook voordelen; ze zou een zekere toekomst hebben, zou les kunnen geven op haar eigen school, hierbij financieel gesteund worden door haar man en Ellen zou bij hen kunnen komen wonen. Desalniettemin schreef Charlotte een nette afwijzingsbrief terug met de redenen waarom zij dacht hem niet gelukkig te kunnen maken, omdat ze de romantische overtuiging had dat ze van haar aanstaande man zou moeten houden.

Aan Ellen schreef ze: “I asked myself two questions – Do I love Henry Nussey as much as a woman ought to love the man her husband? Am I the person best qualified to make him happy? – Alas Ellen my conscience answered ‘no’ to both the questions. I felt that though I esteemed Henry (…) I had not, and never could have that intense attachment which would make me willing to die for him –  and if ever I marry it must be in that light of adoration that I will regard my Husband.’’

Het aanzoek blijft later een goede inspiratie te zijn voor haar roman. Het vormde de basis voor het aanzoek van St John Rivers’ aanzoek aan Jane Eyre. Net als Henry, had hij een vrouw nodig om zijn werk te ondersteunen. Het karakter van St John zou tevens op Henry gebaseerd kunnen zijn, vanwege zijn koelbloedige reactie uit zijn dagboek : “received an unfavourable reply fm C.B. The will of the Lord be done.’’

Een tweede aanzoek voor Charlotte 

In de zomer van 1839 arriveerde de dominee William Hodgson, Patrick Brontë’s eerste hulppredikant. Hij bracht een dag door op de pastorie en nam zijn eigen hulppredikant, Mr. Pryce, met zich mee.

Mr. Pryce was een jonge, net afgestudeerde man uit Ierland. Hij was een grappige, levendige, intelligente man en zou zich snel thuis hebben gevoeld. Charlotte, die thuis haarzelf kon zijn en zich hier op haar gemak voelde (in tegenstelling tot buitenhuis of in onbekend gezelschap), praatte volop met hem en lachte om zijn grappen.

Enkele dagen later ontving ze een brief van Mr. Pryce met daarin… jawel, een huwelijksaanzoek! Ze schreef Ellen: “Well thought I – I’ve heard of love at first sight but this beats all. I leave you to guess what my answer would be – ”

Ze wees hem af. Droevig genoeg was Mr. Pryce binnen 6 maanden hierna overleden.

‘Willy’ Weightman, de ‘geheime aanbidder’

William Weightman, de nieuwe hulppredikant van Patrick Brontë, begon zijn werk in Haworth in augustus 1839. In korte tijd won hij bewondering van zowel Patrick (hij was als een zoon voor hem), zijn familie en de mensen uit het dorp en was alom geliefd. “Charming, good-looking and possessing both a sense of humour and a natural but unobtrusive sympathy.’’

William Weightman was 26 jaar oud toen hij naar Haworth kwam en kon het goed vinden met Charlotte, Emily en Anne. In februari 1840 bleef Ellen Nussey drie weken logeren. William Weightman was er achter gekomen dat geen van hen ooit een Valentijnskaart/gedicht had gekregen.

Op 14 februari 1840 ontvingen Charlotte, Emily, Anne en Ellen, toen tussen de 20 en 24 jaar oud, alle vier een Valentijnskaart per post. De liefde uiten middels het sturen van cadeau’s was al langer bekend, maar pas in de tweede helft van de 19e eeuw, in de Victoriaanse tijd, werd het een traditie om een Valentijnskaart te sturen. Vanwege de oprichting van het postsysteem (de ‘penny post’) in de jaren 1840, waren de Britten de eerste die verjaardagen en andere speciale gebeurtenissen vierden met het versturen van wenskaarten. Het was volgens 19e eeuwse gebruiken een vereiste om geen cadeau’s te sturen, maar liever het sturen van ‘written messages of love’.

Het was nu mogelijk kaarten te drukken en zo werden er duizenden van gemaakt met gedichtjes als:

“How can I want the love to grant.

And thou so kindly pressing,

I am thine own, my dearest one

Scorn not this heart confessing.’’

De kaarten werden, net zo zoet als de gedichtjes waren, voorzien van bloemen(randen), cupido’s, duiven, linten en kant. Kerken waren in die tijd eveneens een populair motief.

De Brontë zusjes kwamen er al snel achter wie de mysterieuze afzender van hun Valentijnskaarten was, ondanks het feit dat William, om (nog) niet door de mand te vallen, speciaal naar een andere brievenbus, zo’n 15 kilometer naar Bradford was gelopen om ze daar op de post te doen. Uit de toon van de gedichtjes konden zij opmaken dat het een niet-serieuze maar welgemeend gebaar was.

De gedichten zelf zijn helaas niet bewaard gebleven, wel weten we de titels van drie van de vier gedichten: ‘Fair Ellen, Fair Ellen’, ‘Away fond Love’ en ‘Soul divine’.

Samen schreven ze een luchtig bedank-gedichtje terug. Charlotte heeft overigens later nog een portret van William geschilderd (en een van zijn geliefde, een meisje uit zijn geboorteplaats Appleby), waarvan haar schets alleen nog bewaard is gebleven.

Het wordt algemeen aangenomen dat Anne verliefd was op William Weightman. Zijn vroege dood, op 28-jarige leeftijd aan cholera, dat hij opliep tijdens zijn ziekenbezoeken), zou een tragedie voor haar zijn geweest waar zij nooit over heen zou zijn gekomen. De rol van Mr. Weston in haar eerste boek Agnes Grey zou gebaseerd zijn op William Weightman. Anne zorgde er in tegenstelling tot de harde realiteit voor dat haar hoofdpersoon, Agnes, die veel op haarzelf zou lijken met Mr. Weston wel een gelukkig einde krijgt.

Liefdesverdriet van Monsieur Heger

In 1842 vertrokken Emily en Charlotte naar ‘The Pensionnat Heger’, onder leiding van professor Constantin Heger (33) en zijn vrouw in Brussel, om zich voor te bereiden op het openen van hun eigen school (deze droom viel uiteindelijk helaas in duigen). Ze zouden er les krijgen in Franse taal, geschiedenis, aardrijkskunde, handwerk, maar ook Duits (Charlotte) en piano (Emily). Franse literatuur werd gegeven door Monsieur Heger. Charlotte bloeide er op en werd verliefd op de getrouwde professor (zij is hiervoor zelfs een keer gaan biechten in een Katholieke kerk, terwijl zij zelf als Protestante was opgevoed).

Vanwege het overlijden van Aunt Branwell keerden Charlotte en Emily tussentijds terug naar huis. Vanwege veel heimwee van Emily, keerde Charlotte later alleen naar ‘The Pensionnat Heger’ terug als lerares. Naast de dagelijkse lessen aan leerlingen, gaf ze privéles Engels aan Monsieur Heger (en diens zwager). Naar mate de tijd vorderde viel Charlotte meer en meer voor zijn charmes en intelligentie, en hunkerde naar elk beetje erkenning van zijn kant. Op een gegeven moment is hij nog het enige waarvoor zij in Brussel blijft, daarbuiten was zij erg eenzaam. Madame Heger stopt daarnaast op een gegeven moment tevens de lessen van haar man en Charlotte, waarschijnlijk omdat zij de passie van Charlotte voor haar man bemerkte. Uiteindelijk keert Charlotte terug naar Haworth en schrijft hem nog enkele keren passievolle brieven waarin zij hem letterlijk smeekt om terug te schrijven, wat hij niet heeft gedaan. Lang blijft zij met haar liefdesverdriet zitten.

Gelukkig als Charlotte Nicholls

Jaren later vindt Charlotte dan toch eindelijk het geluk in Arthur Bell Nicholls, haar vader’s rechter hand gedurende de toen afgelopen 7,5 jaar, maar niet zonder slag of stoot…

Nadat Charlotte in negen maanden tijd zowel Branwell, Emily als Anne had verloren (in 1848-1849), bleef zij samen met haar vader in de pastorie wonen. In dit diepe dal was Arthur Bell Nicholls een vriend voor haar. Bovendien bleek Mr Nicholls niet alleen bewondering voor haar boeken te hebben, maar ook voor Charlotte zelf. Maandenlang heeft hij het voor zich kunnen houden, tot zijn huwelijksaanzoek op 13 december 1852. Het aanzoek was niet helemaal onverwacht:

“On Monday evening – Mr N – was here to tea. I vaguely felt – without clearly seeing – as without seeing , I have felt for some time – the meaning of his constant looks –  and strange, feverish restraint. After tea – I withdrew to the dining-room as usual. As usual – Mr N sat with Papa till between eight & nine o’clock. I then heard him open the parlour door as if going. I expected the clash of the front-door – He stopped in the passage: he tapped: like lightning it flashed on me what was coming. He entered – he stood before me. What his words were – you can guess; his manner – you can hardly realize – nor can I forget it – Shaking from head to foot, looking deadly pale, speaking low, vehemently yet with difficulty – he made me for the first time feel what it costs a man to declare affection where he doubts response. The spectacle of one ordinarily so statue-like – thus trembling, stirred, and overcome gave me a kind of strange shock. He spoke of sufferings he had borne for months – of sufferings he could endure no longer..’’

..“That he cared something for me – and wanted me to care for him – I have long suspected – but I did not know the degree or strength of his feelings.’’

Pas tot deze passievolle uiting van zijn liefde voor haar, realiseerde zij zich hoeveel hij om haar gaf, en eigenlijk al die jaren had gegeven. Ondanks het feit dat Patrick Brontë altijd blind op Arthur Bell Nicholls had kunnen vertrouwen, was het toevertrouwen van zijn inmiddels nog enige overlevende kind, te veel van het goede. Patrick was tegen het huwelijk en Charlotte, geschrokken van haar vader’s reactie, beloofde hem aanvankelijk af te wijzen. Patrick was woest op zijn collega, niet alleen omdat hij van tevoren geen toestemming aan hem had gevraagd (hij had dit niet gedurfd), maar ook om haar überhaupt ten huwelijk te durven vragen. Arthur Bell Nicholls zou onder haar stand zijn, zeker nu zij veel meer verdiende (zij had op dat moment een inkomen dan 7 x zo veel was als die van haar vader, en 15 x zo veel als dat van Arhur Bell Nicholls en volgens de wet zou alles daarmee ook van hem zijn) als gevierd schrijfster. Daarnaast zou hij vrezen voor haar gezondheid, ze was al 36 jaar en zou een eventuele zwangerschap, gezien hoe klein en fragiel ze was, mogelijk niet eens overleven.

Haar vaders boosheid maakte in Charlotte echter juist een gevoel los dat Arthur Bell Nicholls onrechtvaardig werd behandeld. Tegelijkertijd maakte Patrick’s aanname dat niemand de brutaliteit zou mogen hebben om over haar als een eventuele aanstaande echtgenote te denken, iets in haar los.

Een reden voor Charlotte om niet met hem te trouwen, zou zijn dat zij toen (nog) niet van hem hield. Ze had hem hiervoor nogal saai gevonden, tot de hartstochtelijke uiting van zijn liefde voor haar en de manier waarop hij, voor deze uiting, zo hard behandeld werd en door het dorp met de nek werd aangekeken, haar anders over hem deed denken.

Patrick wilde niets meer met Arthur Bell Nicholls te maken hebben en alle correspondentie ging per brief. Arthur Bell Nicholls trok zich terug en nam ontslag, hij kon niet beloven om het nooit meer over het huwelijksaanzoek, zoals Patrick het noemde, ‘that obnoxious subject’ te hebben. Charlotte had medelijden met Arthur, ze wist wat het was om alleen en eenzaam te zijn. Zijn liefdesverdriet en lijden herkende zij maar al te goed.

Enige tijd later vertrok Mr. Nicholls uit Haworth. Hij hoopte bij het terugbrengen van wat spullen aan Patrick, Charlotte een laatste keer te kunnen zien. Zij ontweek hem, maar kwam hem uiteindelijk toch huilend bij het tuinhek tegen.  Ze troosde hem en hoopte dat hij zou weten dat zijn verdriet haar niet ontgaan was.

De tijd dat Mr. Nicholls uit Haworth weg was, keerde in zijn voordeel. Er kwam een nieuwe hulppredikant, die half zo goed en betrouwbaar was als Mr. Nicholls. Ondertussen bleef Mr. Nicholls Charlotte schrijven, ze verborg de brieven voor haar vader en schreef uiteindelijk niet alleen terug, maar ze spraken ook in het geheim af. Langzaam aan draaide Patrick bij en werd Mr. Nicholls opnieuw aangenomen als hulppredikant in Haworth. Zijn toestemming werd verkregen.

“For the first time in her life Charlotte had offered her affection to someone who returned it in full measure. Unlike Heger, whose coolness towards her and final refusal to answer her sad pleading letters at all had caused her so much pain, Nicholls responded warmly to her slightest offers of love.’’

Charlotte en Arthur trouwden op 29 juni 1854 in aanwezigheid van een klein gezelschap. Haar vader besloot uiteindelijk (waarschijnlijk vanwege bijgeloof) niet aanwezig te zijn bij de ceremonie zelf. Charlotte werd weggegeven door Miss Wooler, haar voormalige lerares en vriendin. Samen met vriendin Ellen Nussey was zij tevens getuige. Op haar trouwdag plantte Charlotte twee zilversparren die tegenwoordig nog steeds te zien zijn in de tuin van de pastorie (nu de Brontë Parsonage Museum).

Huwelijksreis naar Ierland  

De huwelijksreis voerde naar het huis waar Mr. Nicholls in opgroeide, Cuba House in Banagher, Ierland. Charlotte werd er hartelijk ontvangen. Hoe beter ze Arthur leerde kennen, hoe meer ze van hem ging houden. Het nieuw gevonden geluk was helaas van korte duur. Waar Patrick bang voor was bleek uit te komen; Charlotte werd zwanger, liep een verkoudheid op tijdens het wandelen in de regen, werd ernstig ziek en ging in de loop van enkele maanden steeds verder achteruit. Andere bronnen speculeren over haar overlijden ten gevolge van zwangerschapsmisselijkheid of tuberculose.

Charlotte overleed op 31 maart 1855. Toen ze haar man naast haar bed hoorde bidden zei ze: ‘Oh, I am not going to die, am I? He will not separate us, we have been so happy.’

 

Bronnen:

Wilks, B. The Brontës. 1976. ISBN 0 600 31269 0.

Barker, J. The Brontës. 2010. ISBN 978 0 349 12242 7.

Crowley, D. An Introduction to Victorian Style. 1990. ISBN 1 85348 221 8.

---

Volgende keer:

Lichamelijke gezondheid in de tijd van de Brontë zusjes

---